• (E-)begeleiding van studenten in de praktijk

  • Bij Product Design was er veel vraag naar intensievere stagebegeleiding. Docent Cathrien Ruoff vertelt hoe zij haar reguliere begeleidingsactiviteiten versterkt met online begeleiding via Pluform.  Ze ziet erg veel voordelen in deze “hybride begeleiding”. Bekijk de video en/of lees de uitgeschreven tekst.

  • Bij de opleiding Aviation liepen ze tegen een bekend probleem aan: stagelopende studenten verdwijnen langere tijd uit zicht. Bovendien gaven studenten aan dat zij de begeleiding tijdens hun stage nog niet optimaal vonden.In samenwerking met het Onderwijslab werd e-begeleiding met de tool Pluform geïntroduceerd als laagdrempelige en effectieve aanvulling op de reguliere (veelal face-to-face) contactmomenten. Bekijk de video en/of lees de uitgeschreven tekst.

  • Cathrien Ruoff over e-begeleiding
    Mijn naam is Cathrien Ruoff. Ik werk bij Product Design. Daar werk ik met studenten – eerstejaars tot en met vierdejaars –, ik examineer afstudeerders en ik zit ook in de brede bachelor voor het eerste jaar.

    Wat was voor jou de reden om Pluform te gebruiken?
    Pluform is zo fijn omdat het WhatsApp is, met de mogelijkheid om er bestanden in te hangen eigenlijk. En dat is zo simpel, dat begrijpt iedereen. Niet alleen de docent begrijpt het meteen, ‘n student begrijpt het ook meteen. En dat is heel fijn, omdat ik op zoek was naar iets wat voorkomt dat je in je mailbox eindeloos aan het zoeken bent naar: “Wat heb ik ook alweer met deze student gecommuniceerd?” En dan kan je het weer wel vinden of niet meer vinden: je hebt het niet op een rij. In Pluform heb je alles bij elkaar. Per student.

     

  • Onderwijslab FT

Kun je wat meer vertellen over het inzetten van e-begeleiding?
Ik gebruik het vooral voor e-coaching en Pieter de Wit van het Onderwijslab, die heeft aan een stel docenten en eerder al aan twee docenten bij ons, waaronder ik, heeft hij goed uitgelegd wat het belang is van e-coaching. Dat je niet alleen maar een student ziet op het moment dat je live contact hebt. Maar juist ook tussendoor, die momenten waarop je denkt: “Hee, ik lees dat in de krant”, of “Hee, ik zie dat en dat is nou net van grote waarde voor die student.” Je hangt het erin en je hebt weer even een contactmoment, waardoor zij zich ook gesteund voelen. Ze hebben het idee van: “Oja, de Hogeschool bestaat ook nog.” Ze moeten uiteindelijk natuurlijk ook wel voldoen aan de eisen van de Hogeschool van Amsterdam. Dus dat helpt daar enorm bij, en ook om goede voeling te houden, goed contact te houden met de student. En het past natuurlijk helemaal in deze tijd.

Hoe werkt e-begeleiding voor jou als docent?
Mijn rol als docent… Wat daar verandert mee met Pluform, is dat je toch laagdrempeliger contact hebt, beter weet waar die student mee zit, ‘m ook leert om goed te communiceren tegelijkertijd, je moet dus zelf ook goed communiceren. Dus altijd eerst een compliment geven, dan op de inhoud, en dan afsluiten met natuurlijk zoals bij een normale coaching ook de vraag: “Hoe stel jij je dat voor?” Hè, dus niet zelf het zweet op de rug, niet denken dat je moet gaan klussen, maar ze wel aanzetten om na te denken van: “Hoe zou ik dat dan inderdaad anders kunnen doen?” En terugkomen natuurlijk op een gesprek wat je had; voordat het gesprek dat je hebt, de voorbereiding staat erop. Zo gebruik ik Pluform.

Hoe gebruik jij de groepsfunctie binnen Pluform?
Waar we het ook voor gebruiken, is: twee afstudeerders die allebei in een verpakkingsbranche, in de verpakkingshoek, afstuderen. Die werken met twee docenten, dus ik ben niet alleen bij Verpakken – er zijn een paar collega’s – en één heeft ook een afstudeerder in de verpakkingshoek. Dus dan zijn we met z’n vieren en daar hebben we ook een aparte groep voor. En die studenten, die laten we ook onderling hun plan van aanpak via Pluform bekijken en reviewen; en proberen we ook daar eigenlijk een soort samenhang in dat groepje, in dat groepje van twee – het is maar klein – maar die hebben toch soortgelijke problematiek en ook als we actuele dingen tegenkomen die daarover gaan, kunnen we dat in Pluform hangen en dan weten ze het meteen allebei. En dan weet die andere docent ook dat die kennis geschoven is.

Wat zijn de reacties van de docenten en studenten?
Met studenten werk ik er gewoon mee en heb ik die hele WhatsApp-ervaring in dat Pluform-programma. Docenten die, ja, die hebben bij ons nu allemaal zoiets van: “Ik hoor er niet meer bij als ik geen Pluform heb.” Dus dat is steengoed. En die voeg ik toe – ik ben dan een soort beheerder maar dat kost heel weinig tijd. Het enige wat ik hoef te doen, is die docent toe te voegen en dan kan die verder, aan de slag met zijn stagiairs en zijn afstudeerders. Daar gebruiken wij het voor.

Hoe heeft e-begeleiding haar weg gevonden binnen jouw team?
Ik was eigenlijk al meteen bij de algemene voorlichting voor docenten, dus over meerdere opleidingen heen, was ik eigenlijk meteen al enthousiast. Dacht ik: “Oh, dat voorziet precies in de behoefte die ik heb.” En nou, daarop is dus Pieter naar een afdelingsoverleg van ons gekomen. Daar zijn heel veel collega’s op afgekomen, en die zijn gewoon meteen, dezelfde dag nog, allemaal ingevoerd door mij en hup, er allemaal in. En nu krijg je dus het verschijnsel dat wie er niet bij zit, die hoort er eigenlijk niet meer bij. Dus, dan komen die mensen naar me toe en die zeggen van: “Ik zit nog niet in Pluform.” En dat moet je natuurlijk hebben. En eigenlijk kan het mij niet eens persoonlijk zoveel schelen of die anderen het ook gebruiken, ik denk gewoon: “Waarom zou je niet iets willen gebruiken waar anderen zoveel plezier van hebben?”

Heb je nog tips voor andere docenten?
Mijn tip is: gebruik Pluform. Het bestaat, het is er. Waarom zou je nog op een ingewikkelde manier communiceren met studenten die in stage of hun afstuderen zitten, als het ook makkelijk kan?

  • Onderwijslab FT

  • Pieter van Langen over e-begeleiding

    Sinds vorig jaar maak ik gebruik van e-coaching; we gebruiken daar de tool Pluform voor. Ik heb daar vorig jaar mijn eerste ervaringen mee opgedaan door een aantal afstudeerders te begeleiden op afstand. En we zijn dit jaar bezig met een bredere pilot binnen onze opleiding Aviation met het begeleiden van stagiairs, zowel individueel als in peergroups.

    Waarom ben je e-begeleiding gaan inzetten?
    De initiële aanleiding voor het gaan gebruiken van Pluform voor de e-coaching was dat ik een afstudeerder had die zijn werk in Thailand ging doen. En normaal gesproken gebruik je daar een keer een Skype-gesprek en veel – of weinig, afhankelijk van hoe gaat het gaat – de e-mail voor.

Ik wou daar meer structuur in aanbrengen en ben op zoek gegaan naar een tool die me daarin kon ondersteunen. En e-coaching was daar het meest geschikt voor. Dus wat ik vervolgens gedaan heb, is dat ik met deze student daarmee ben gaan experimenteren. We hebben uiteindelijk de begeleiding vormgegeven door natuurlijk een face-to-face startgesprek in Nederland en over het hele semester een vijf- of zestal Skype-gesprekken, maar een veel frequentere, gemiddeld ongeveer wekelijks contactmoment via de e-coaching.

Daardoor ben ik continu eigenlijk met hem in contact gebleven. Had hij, in Thailand waarin de werksituatie ook niet ideaal was, continu het gevoel had dat hij support had, dat hij bij mij terechtkon met zijn vragen en konden wij daarmee dus ook bewaken dat het eindresultaat op voldoende niveau was. En uiteindelijk was voor mij wel de hele leuke conclusie dat het eigenlijk aan het eind van het traject de beste en meest intensieve vorm van afstudeerbegeleiding was die ik gegeven had.

Wat is het voordeel van e-begeleiding?
Het grote voordeel van het gebruik hiervan, vond ik, dat je gewoon een veel hogere frequentie van contact hebt waardoor je betrokken blijft bij de inhoud van het project; de student ook een veel grotere betrokkenheid naar mij toe voelde, veel sneller met zijn problemen bij mij terechtkwam, veel vaker ook de discussie opzocht over van “nou, wat is nou echt het probleem, hoe zal ik iets aan gaan pakken?”. En je daardoor als begeleider vaak voor een voldongen feit wordt gesteld dat iemand vier weken verder is en dingen gedaan heeft waarvan je eigenlijk achteraf denkt van “nou, dat was de verkeerde richting”. En ook voorkomt dat een student volledig aan zijn bedrijfsbegeleider of locatiebegeleider op locatie gaat hangen en het belang van het onderzoeksresultaat voor de hogeschool uit het oog verliest.

Wat wil je bereiken met e-begeleiding?
Nou, de aanleiding van mijn eerdere ervaringen en ook wel die van collega’s, zagen we heel duidelijk dat de kwaliteit van de begeleiding met deze tool omhoog kan, en ook dat de efficiëntie met deze tool omhoog kan, want je kunt natuurlijk ook de kwaliteit van de begeleiding verhogen door wekelijks bij iemand op bezoek te gaan, maar ook in Nederland bij stagiaires in de buurt kost dat gewoon heel erg veel tijd.

En bij de derdejaars stage was er voor onze opleiding een directe aanleiding, namelijk wat tegenvallende uitkomsten bij de NSE enquête, dus er was een directe aanleiding om echt wat te gaan doen met de kwaliteit van stagebegeleiding. En zonder daar enorm veel reisuren, bezoekuren tegenaan te gooien, hebben wij het gevoel dat we dat met e-coaching dus kunnen doen, dus door de frequentie van begeleiding omhoog te brengen, daarbij waardevollere en diepere discussies op gang te brengen. We hebben dat dus echt additioneel aan de reguliere, face-to-face en bezoekmomenten nu in ons pilotprogramma ingebed.

En als tweede toevoeging hebben we er ook voor gekozen om de stagiairs die tot op heden eigenlijk altijd individueel het bedrijfsleven ingingen – dat doen ze nu nog steeds – wel bij elkaar samen in peer groups in te delen, dus te kijken naar wat voor opdrachten een student doet en op basis van de verschillende opdrachten die studenten doen, logische clusters te maken van studenten die met min of meer vergelijkbare opdrachten bezig zijn. Binnen zo’n peer learning group kunnen ze dan in die e-coaching tool elkaar van feedback voorzien, elkaar inspireren, resultaten delen, literatuur die ze gevonden hebben delen. En daar zit ook een docent bij, in zo’n peer group, in die e-coachingsomgeving om die interactie en dat leren van elkaar ook echt te stimuleren.

Hoe zijn de docenten betrokken bij e-begeleiding?
Nou, in principe kan iedereen die e-coaching gebruiken. Dat doen we eigenlijk ook continu want iedereen mailt met zijn studenten dus iedereen doet eigenlijk al zonder dat-ie het doorheeft e-coaching, dan niet in een aparte tool maar in zijn eigen Outlook of ander mailprogramma.

Wat wij wel hebben gezegd, is als wij voor alle stagiairs en alle stagebegeleiders dus e-coaching toe gaan passen, dan moeten daar ook aandacht aan besteden in deskundigheidsbevordering om te zorgen dat de wijze waarop die schriftelijke communicatie plaats gaat vinden, ook echt op een adequate en effectieve manier plaatsvindt. Daarmee hebben we deskundigheidsbevordering in samenwerking met het Onderwijslab gedaan.

De workshop, eigenlijk het gebruikmaken van de communicatieblend, waarin aandacht wordt besteed enerzijds aan het interpreteren van een bericht of een vraag die je schriftelijke elektronische communicatie binnenkrijgt, hoe lees je dat nou, welke boodschappen zitten er nou in – expliciet of impliciet, op welke vragen en op welke signalen ga je wel in en op welke ga je niet in, en aan de andere kant ook aandacht besteden aan het leren van jouw antwoord: van welke taalstrategie maak je gebruik, hoe zorg je ervoor dat het bericht bij de student ook landt, en dat een student daar ook echt mee aan de gang gaat op de wijze waarop je dat ook bedoeld hebt. Deze workshop hoeft niet heel veel tijd te kosten maar zorg er wel voor dat docenten zich echt bewust zijn van wat ze aan het doen zijn en met hun expertise als docent kunnen ze daarna heel snel op een goede, adequate manier gebruikmaken van deze tool.

Creative Commons License

Gerelateerde documenten:

© Onderwijslab Faculteit Techniek 2015