• Peerfeedback in de praktijk: de battle

  • Bij Product Design (Faculteit Techniek) bevragen vierdejaars studenten elkaar over hun verkennend onderzoek bij het vak Marketing B. Tijdens een battle werkt elk groepje in verschillende rollen. Afwisselend zijn ze ontwerper, ondervrager, observant en toehoorder. En de docenten? Die begeleiden het proces als toehoorder en genieten van de interactie tussen hun studenten. Docent Joop Verloop concludeert: “Het zweet ligt op de juiste ruggen.” Bekijk de video en/of lees de uitgeschreven tekst.

    De studenten moeten vooraf elkaars werk bestuderen. Daarvoor moeten ze zelf het verslag opvragen van het team dat ze moeten beoordelen. Vervolgens bedenken ze prikkelende vragen over dat verslag, gericht op de probleemstelling, de hoofdvraag, de deelvragen en het geheel.

  • Onderwijslab FT

  • Het doel van de battle is drieledig:

    • De studenten krijgen beter inzicht in de opdracht.
    • De studenten zien de verschillende niveaus waarop de opdracht is gemaakt.
    • De studenten kunnen hun eigen verbeterpunten benoemen om naar een hoger niveau te gaan bij de tweede versie van hun opdracht.

    Je zou er ook nog een vierde, overkoepelend doel aan kunnen hangen: de studenten leren bewust kijken naar de opbouw van een onderzoeksverslag. Deze vaardigheid kunnen ze in heel hun studie – en hun latere werksituatie – gebruiken. Dat geldt ook voor een generiek doel: de studenten leren zich verplaatsen in een andere rol en verschillende standpunten.

  • Opvallend is dat de studenten zich (bijna) allemaal goed voorbereid hebben, en elkaar ook daadwerkelijk durven te bevragen. De ontwerpers kregen een spervuur aan vragen op zich af van de ondervragers, vragen waar ze een goed beargumenteerd, soms zelf ronduit passievol antwoord op gaven. De observanten letten intussen op de kwaliteit van de vragen en antwoorden, maar ook op andere facetten zoals lichaamstaal en taalgebruik. De toehoorders beschouwden het proces en bereidden zich voor op de volgende ronde, waarin zij weer een actievere rol hadden.

    Met andere woorden: met deze werkvorm zijn de studenten zelf heel hard aan de slag, ze zijn betrokken bij de inhoud van het college. Zij bereiden zich voor, zij stellen de vragen en geven de antwoorden, zij zorgen voor de feedback. En jij als docent hoeft daarin alleen een faciliterende en soms sturende rol te spelen.

  • Onderwijslab FT

  • Onderwijslab FT

  • Joop Verloop over peerfeedback in de vorm van een battle

    Mijn naam is Joop Verloop en ik geef les bij Product Design, Faculteit Techniek, en we gaan het nu hebben over een specifiek onderdeel wat we in die vakken toepassen: de battle, noemen we dat.

    Wat is de bedoeling van een battle?
    De battle is eigenlijk bedacht omdat studenten aan een werkstuk werken, een verslag in dit geval, met een aantal opdrachten. En we hebben halverwege het vak, lezen ze elkaars stukken. En daar heb ik een vragenlijst voor gemaakt, dus die vragen, die schrijven ze op, die lijst nemen ze mee. En de battle is eigenlijk bedoeld om de kennis die ze op hebben gedaan, zelf en die ze van een andere groep hebben gelezen, te delen met elkaar.

Wat zijn voor jou belangrijke elementen in deze werkvorm?
Ik denk dat de battle een goede lesmanier is, omdat je in de niveaus van, de leerniveaus van Bloom heel hoog zit, want je deelt kennis met elkaar en je past kennis toe. Bijvoorbeeld: er wordt een vraag gesteld over iets wat jij hebt geschreven, wat er in je verslag staat en iets wat wel goed is, of om een toelichting vraagt. En dat ga je als student, op dat moment, geef je daar antwoord op. En jouw medestudenten kunnen je daar ook nog mee helpen, dus ja, volgens mij kom je samen tot een soort realisatie waar je eigenlijk staat met je werk.

En iets anders wat ik belangrijk vind, is dat er een verbeterslag in zit. Dus wat je vaker met studenten… dat ze iets moeten maken maar eigenlijk niet zo goed door hebben: is het nou goed, en voldoet het aan de niveaus uit de rubric? En wat we hier echt doen, is dat studenten daar ook zichzelf op toetsen, dus ze beoordelen ook hun eigen werk, in een feedforward manier, dus ze zeggen ook: “Nou, nu ik het van die andere groep gelezen heb, denk ik op dat, op die en die punten, moet ik het eigenlijk even verbeteren.” En d at gaan ze na de battle verbeteren en dan beoordelen de docenten het pas.

Op welke manier activeer je hiermee studenten?
Dat de student in de klas meekrijgt, dus dat je wisselende werkvormen hebt, dus de ene keer heb je een quiz, van de week heb je een echt hoorcollege, en dan heb je weer een… nou ja, allerlei soorten lesvormen. En dit is een lesvorm die heel actief is voor studenten. Ze kunnen echt – het duurt ook allemaal niet lang; het zijn rondes van een kwartier, dus een groep die observeert hoe het gaat, en er zijn toehoorders. Dus iedereen heeft een rol en het is een hele dynamische les. En je hoort van studenten, je krijgt heel vaak van studenten te horen: “Ja, dit willen we meer doen, want we vinden het leuk om op deze manier met elkaar hier op een hoog niveau een gesprek te hebben eigenlijk, en te leren.”

Wat gebeurt er voor, tijdens en na de battle?
In de hele reeks van lessen die we hebben is dit een mooi moment waar iedereen zijn werk ervoor, voor de battle oplevert. In de battle maakt iedereen een slag, krijgt iedereen een realisatie waar die zit op het niveau en daarna kan iedere groep het nog weer aanpassen. Het is… ja, het zet studenten echt aan op de inhoud in te gaan en om hun werk ook te verbeteren, naar een hoger niveau op de rubric te gaan.

Wat maakt deze werkvorm voor jou zo aantrekkelijk?
Ja, voor mij… ik denk dat ik het heel erg leuk vind omdat… ja, het is een soort een lerende organisatie die je neerzet. Je zit als docent aan de kant, je hoeft niets te doen eigenlijk. Want het is heel duidelijk hoe de rollen zijn. Je kan zelfs een student om de tijd bij te houden en ja, alle studenten doen hun ding.

Hoe beoordeel je de studenten en op welke manier krijgen ze feedback?
Wij beoordelen studenten ook echt op hoe ze meedoen aan het gesprek: hoe gaan ze in op de vragen, nemen ze actief deel, anticiperen ze ook op antwoorden of vragen? Dus dat begrijpt ook iedereen en iedereen neemt daardoor ook afwisselend het woord. Ook dat hoef je niet te organiseren, dat gaat vanzelf.

En wat we nu gaan doen, is: we hebben nog een vak met deze groep over drie weken. Daar hebben we weer een battle, dus we gaan deze week in de les zeggen van: “Wat heb je vorige week in de battle gezien en wat zou je beter kunnen doen? En welke niveaus wil je bereiken met elkaar, dat het een heel goede battlej wordt?” En het plan is om dat deze week met de klassen af te spreken en het er ook over te hebben hoe je dat zou kunnen bereiken, en dan de battle te voeren in lesweek 7 en dan met elkaar te kijken aan het eind van de battle: “Is het ons gelukt, is het een betere battle geworden dan de eerste?”

Heb je tips voor collega’s?
Als je onderwijs heel duidelijk is – je moet eigenlijk heel duidelijk gewoon uitspellen wat studenten moeten doen, en wanneer en waar – dan gaat het niveau van de studenten, het werk van de studenten omhoog, dat is absoluut zo. Dus soms lijkt het dat je helemaal moet zeggen: “Nu moet je je document zo noemen en daar zetten op dat tijdstip…” Maar uiteindelijk gaat dat over duidelijkheid en hoe duidelijker je bent, hoe beter studenten hun werk kunnen doen. Het niveau gaat omhoog, dus dat is wel, vind ik, een tip: wees heel duidelijk wat je wil van studenten, zeker op het hbo, en dan doen ze gewoon hun werk heel goed.

Waar ben je trots op?
Ik ben er trots op dat mijn studenten dan die les draaien; ik heb het vehikel bedacht, zou ik maar zeggen, en zij draaien de les. En ze vinden het leuk, ze zijn enthousiast, de energie is heel hoog. En natuurlijk zijn er altijd dingen die je kan verbeteren, maar ik denk dat het een hele dynamische les voor iedereen is. En wat we heel vaak horen, is: “Ja, dit willen we gewoon vaker doen en dit willen we meer met elkaar doen.” Nou, dat vind ik, dat is helemaal goed, denk ik.

Creative Commons License

Gerelateerde documenten:

© Onderwijslab Faculteit Techniek 2017