Blended learning

Barend legt uit: Blended learning (2:43)

Waarom Blended Learning

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Waarom blended learning?

De belangrijkste redenen om blended learning toe te passen, zijn:

  1. Er is niemand die zich afvraagt waarom een PowerPoint te gebruiken, of de e-mail (ipv flessenpost of hierogliefen), een online artikel te lezen.
  2. Studenten een betere voorbereiding bieden voor een verder digitaliserend beroepenveld (kwalificatie). Daarnaast hebben we de vormende opdracht onze studenten toe te rusten voor de digitaliserende maatschappij (socialisatie en persoonsvorming). Blended Learning (BL) versterkt daarmee een optimale mix van activiteiten aangeboden op de campus, in de stad en online (IP HvA).
  3. Meer wendbaar onderwijs realiseren. Blended learning maakt flexibel onderwijs mogelijk dat minder afhankelijk is van tijd en plaats en waar studenten meer in eigen tempo (versnellen, vertragen) kunnen studeren. Voor studenten betekent dit meer regie op hun eigen leerpad passend bij de eigen behoeften, voorkeuren en talenten.
  4. Meer maatwerk realiseren voor diversere studentendoelgroepen (denk bijvoorbeeld aan post-initieel studeren, functiebeperkingen en andere persoonlijke omstandigheden), waarbij de mix online-offline per groep kan variëren. BL maakt het mogelijk om de voortgang van studenten te monitoren en deze data te gebruiken als maatwerkinput voor de begeleiding.
  5. Een krachtige leeromgeving realiseren. Blended learning biedt meer mogelijkheden om gebruik te maken van een activerende didactiek en maakt meer kleinschaligheid en diepgang in (online of face-to-face) onderwijs.
  6. Een aantrekkelijke toetsomgeving realiseren. BL biedt studenten meer keuzevrijheid in de manier waarop hij aantoont dat hij beschikt over de vereiste kennis of competenties.
  7. Het doel is blended onderwijs te ontwikkelen dat gebruik maakt van ICT om betekenisvol en flexibel leren mogelijk te maken en zodoende het studentsucces en leerrendement te verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat BL effectiever hierin is dan volledig klassikaal onderwijs.
Blended Learning is dus geen doel op zich, maar een middel om bovenstaande te bereiken.

Wat is nu eigenlijk blended learning? En hoe ontwerp je het?

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Wat is blended learning?

In het Instellingsplan 2021-2026 van de HvA is onder andere het programma “Digitale Transformatie naar Blended HvA” benoemd. Het HvA Programma Blended Learning is opgezet om bij te dragen aan de kwaliteit van al ons onderwijs en daarmee aan studentsucces (en leerrendement) door de ontwikkeling van inhoud, vorm en organisatie van BL te ondersteunen en versterken.

Blended learning is een doordachte, doelgerichte en bewuste ontwerpbenadering van goed onderwijs, bestaande uit een mix van face-to- face en digitale onderwijsactiviteiten en leermaterialen. Daarbij worden de voordelen van de online modaliteit, zoals grotere toegankelijkheid, tijd- en plaatsonafhankelijk (flexibiliteit), de mogelijkheid om cursusmateriaal synchroon en asynchroon aan te bieden en te bestuderen doelgericht gecombineerd met de voordelen van de offline modaliteit (face-to-face-interactie) en elkaar fysiek ontmoeten.

De meeste auteurs zien blended learning dan ook als ‘the best of both worlds’.

Bovenstaande geeft aan dat blended learning niet zozeer alleen naar de uitvoering van het onderwijs verwijst, maar dat het begint bij een doordacht ontwerp. Daarbij is brede definiëring van blended learning van Torrissi-Steele (2011) het uitgangspunt.

Definitie:

Blended learning betreft het optimaliseren en verrijken van studentgerichte leerervaringen, mogelijk gemaakt door de harmonieuze integratie van verschillende activerende strategieën, bereikt door de combinatie van fysieke interactie met ICT.

  • Deze definiëring gaat ervanuit dat docenten zoeken naar de best mogelijke leerervaring voor de student, passend bij de beoogde leeruitkomsten om een optimale studentgerichte leerervaring te kunnen bieden;
  • Harmonieuze integratie vereist afstemming tussen leeractiviteiten die fysiek en online plaatsvinden en veronderstelt dat het gaat om altijd ten minste twee leeractiviteiten die op elkaar aansluiten.
  • Het gebruik van activerende strategieën, duidt op de werkvormen. Studenten worden gestimuleerd tot actieve deelname en eigenaarschap van het leerproces door in leeractiviteiten in te zetten waarin samenwerken, reflectie en feedback centraal staan.
  • Het onderwijsontwerp draagt zorg voor interactie tussen de student-docent, studenten onderling en met de leerinhoud.
  • ICT wordt ingezet om de leeractiviteiten te faciliteren en is daarmee een middel en geen doel op zich: het faciliteert zowel de fysieke als online, en synchrone als asynchrone leeractiviteiten mogelijk te maken.

Het is dus belangrijk om met elkaar onderwijs te ontwerpen dat gericht is op de inzet van activerende werkvormen, gericht op maximale interactie, passend bij de beoogde leeruitkomsten en passend op de (verschillende) behoeften van studenten, in een optimale leeromgeving, met daar waar gewenst/ faciliterend de inzet van ICT-mogelijkheden.

Beide soorten leeractiviteiten (online-offline) maken een substantieel onderdeel uit van het onderwijs. Van blended learning is sprake als minimaal 30% en maximaal 80% van het onderwijsontwerp online is.

Barend Last legt uit: Hoe begin je met blended learning?

Op de vraag hoe je start met blended learning, geeft Barend Last vaak het volgende antwoord:

Begin klein, visualiseer je leerreis en zoek naar kleine interventies en aanpassingen.
Een meer gevorderde onderwijsontwerper wil wellicht aan de slag met het vervangen van leeractiviteiten of zelfs een cursus volledig herzien. Het heeft allemaal een andere impact op de docent.

Alammary, Sheard en Carbone (2014) maakten daarom een indeling in drie vormen van een mogelijke blend en hun impact, waarbij impact verwijst naar de hoeveelheid werk voor de docent en de benodigde kennis en vaardigheden (dus niet leerresultaten):

  1. Low-impact blend: voeg extra leeractiviteiten toe in een bestaande cursus. Denk hierbij aan een online discussieforum voor het stellen van vragen.
    Kenmerken van docent en organisatie:
    > weinig ervaring bij docent in het ontwerpen en ontwikkelen van blended leren; weinig of geen ervaring in het onderwijs van de traditionele cursus; een beetje kennis over integreren van technologie; weinig vertrouwen in integreren van technologie; geen ondersteuning van de organisatie.
  2. Medium-impact blend: in een bestaande cursus vervang je leeractiviteiten. Zo zet je een fysieke brainstorm om naar een online brainstorm, zet je peerfeedbacktools in in plaats van schriftelijke feedback, of werk je in plaats van met handen opsteken met een online quiz.
    Kenmerken van docent en organisatie
    > Docent heeft een blended cursus al eerder ontworpen of ontwikkeld; docent heeft de traditionele cursus gedoceerd; docent heeft goede kennis van integreren technologie; de docent heeft vertrouwen in het integreren van technologie; er is ondersteuning en support van de organisatie
  3. High-impact blend: Je gaat aan de slag met een volledig herontwerp van je cursus. Je start opnieuw met de beoogde leeruitkomsten, en je herontwerpt je cursus bijvoorbeeld volgens het flipped classroom model.
    Kenmerken van docent en organisatie
    > Docent heeft al verschillende jaren ervaring met het ontwerpen en ontwikkelen van (blended) onderwijs; docent heeft cursus al regelmatig gegeven en verbeterd; er is sterke kennis van integreren technologie; docent heeft veel vertrouwen in integratie van technologie; er is veel suppert van de organisatie.

Hoe je bepaalt welke blend voor jou de juiste is om mee te beginnen?
Kijk hier boven naar eigenschappen die volgens het onderzoek van Alammary et al. (2014) je keuze kunnen beargumenteren.

Bron: Pagina van Barend Last

De ideale mix van blended learning: ontwerpvragen

Het aantal combinaties van online en offline-activiteiten in blended learning is vrijwel onbeperkt.
Wat de ideale mix inhoudt, verschilt nogal per persoon of groep studenten.
Studenten verschillen in belangstelling voor onderwerpen binnen een studie en in tempo waarin zij willen/kunnen studeren, nominaal, versnellen of vertragen. Studenten willen studeren beter combineren met werk en privé of met andere activiteiten als topssport en een bijbaantje. Studenten verschillen in waar zij wel of niet (extra) op begeleid willen worden.
Deze verschillen nemen toe naar mate de diversiteit van de studentenpopulatie toeneemt.

Het gaat om een gedegen onderwijsontwerp en weloverwogen keuzes over wat je online en offline kunt doen.
Er is niet een ideale mix is maar per onderwijssituatie moet een juiste blend gezocht worden.

Een belangrijk basisprincipe is dat er een duidelijke relatie is tussen de doelen die de student moet realiseren, de leeractiviteiten die dat tot stand moeten brengen, afgestemd op de doelgroep (differentiatie en de toetsing waarin we willen vaststellen of die doelen ook zijn bereikt (constructive alignment).

Vragen die je hierbij kunnen helpen, zijn opgenomen in de ontwerpcriteria voor Blended Onderwijs van Wilfred Rubens.

Het blended ontwerp (de mix van online en offlineactiviteiten) is afhankelijk van meerdere variabelen:

  1. Waarheen: De beoogde leerresultaten
    1. Leerresultaten ordenen op thema
    2. De doelen die de student moet realiseren
    3. Leervraag analyseren en leerdoelen bepalen (kennis vaardigheden en houding)
  2. Resultaat: De toetsing
    1. Toetsing in lijn met leeruitkomsten, fase leerproces en ruimte voor de student om te bewijzen hoe (keuze toetsvormen) hij aan de leeruitkomsten voldoet
    2. Feedback/feedforward gerelateerd aan leeractiviteiten en toetsing
    3. Begeleiding (online/offline; n.b. individueel en kleine groepjes kan online)
  3. Hoe: Het ontwerpen van leerervaringen en leeractiviteiten afgestemd op en gericht op het activeren van studenten
    1. Wat: leersitiuaties ontwerpen en blended samenstellen
      1. Welke taken en werkzaamheden zijn belangrijk
      2. Met wie: individueel/samen
    2. Waarmee: leerinhoud, bronnen, materialen, kennisclips, vitual classrooms
    3. Waar: de campus, praktijkomgevingen (bijvoorbeeld de stad), de thuisomgeving (zelfstudie en peer learning); integreren van omgevingen (hybride)
    4. Wanneer: tijd, synchroon/asynchroon.
      Als je lerenden meer flexibel wilt laten leren (tijd, plaats, niveau, tempo, inhoud), dan zal je meer online leren toepassen.Differentiatie: blended mix afstemmen op vragen, leerbehoeften en kenmerken van  studenten
    5. Het type student: wie, de doelgroep.
    6. Waarom? De leervraag; binnen een module of klas kunnen deze vragen verschillen; dit kan leiden tot verschillende leeractiviteiten, (beroeps)opdrachten.
    7. Mate van zelfregulering die de student aankan; hoe meer zelfregulering hoe meer online leren.
    8. De fase van het leerproces (startfase, hoofdfase, afstudeerfase); hoe verder in de opleiding hoe meer studenten zelfstandig en online kunnen leren.

4. De opleiding: Een driejarige vwo-route of honours programma vraagt om een andere blend dan de reguliere vierjarige bacheloropleiding.
Een deeltijdopleiding vraagt om een andere blend dan een voltijdopleiding.

Teamproductie

Het gebruik van (nieuwe) onderwijstechnologie is geen extraatje, geen luxe toevoeging, maar een integraal element van het onderwijsontwerp. Leidend principe in dit blended ontwerp van betekenisvol onderwijs is dat de student leert om te gaan met authentieke vraagstukken als startpunt van een leerproces die er toe doen in het beroep.

De docent draagt zorg voor een goed gestructeerde blended leeromgeving afgestemd op de leerweg (van de indiviudele student) en leerpraktijk die daarmee effectief wordt ondersteund.

Afstemmen op de gedifferentieerde vragen van studenten betekent dat de opleiding tenminste (bij onderwijs en toetsen) verschillende opties moet aanbieden (high flex model), zoals:

  1. Digitaal en niet digitaal.
  2. Synchroon en asynchroon.
  3. Meer hybride: thuis/ op het werk of fysiek op de campus

Het ontwikkelen en uitvoeren van een dergelijk curriculum vereist dat docenten opereren als team en soepel kunnen schakelen tussen de rol van inhoudelijk expert en begeleider van leerprocessen.

Blended Learning modellen

Een goed doordachte structuur kan studenten helpen om snel bij de juiste activiteiten en materialen te komen en studenten helpen bij het overzicht behouden tussen synchrone (fysiek en online) en asynchrone activiteiten. Er zijn diverse modellen voor blended learning die kunnen dienen als basis voor het bepalen van de best passende module structuur/ cursusontwerp.

  1. Klassikaal ondersteund model
    1. Tijdens de synchrone bijeenkomsten (online of fysiek) wordt gebruik gemaakt van digitale leermiddelen;
    2. Er wordt gebruik gemaakt van de digitale leeromgeving Brightspace om leermaterialen te plaatsen die studenten op eigen tijd en tempo kunnen bestuderen;
    3. De Brightspace omgeving wordt tevens gebruikt om uitwerkingen van opdrachten in te leveren (en archiveren).
  2. Stadia Rotatie Model
    1. Online leren en face to face leren wordt in een bijeenkomst afgewisseld;
    2. Studenten (en docent) bevinden zich in een ruimte maar wisselen online en face to face activiteiten af in een soort rotatiesysteem.
  3. Flipped the classroom
    1. Instructie in eigen tijd/tempo bijv. Door het kijken van een onlinevideo of kennisclip;
    2. Daarna volgt een opdracht, formatieve evaluatie of quiz;
    3. In de bijeenkomst komt de docent nog terug op aspecten uit de opdracht, quiz of formatieve evaluatie en maakt vervolgens een in interactie met de studenten een verdiepingsslag op de leerstof.
  4. Webinar model
    1. Het verzorgen van een lessen waarin studenten plaats onafhankelijk studeren maar wel gelijktijdig (synchroon);
    2. Er is sprake van face to face begeleiding maar ook online;
    3. Er zijn online oefen- en leermogelijkheden. Het fysieke onderwijs op locatie wordt met name gebruikt voor verwerking, inoefening en interactie (binding).
  5. Complete blend model
    1. Alle denkbare elementen die je kunt aantreffen binnen een leerproces krijgen een plek: online en face to face en het onafhankelijk van plaats en tijd bestuderen van informatie;
    2. Het werkveld is onderdeel van het leerproces of er wordt gebruik gemaakt van opdrachten die studenten binnen een werkplek dienen uit te voeren /te onderzoeken.

Hybride onderwijs

Hybride onderwijs en digitale omgevingen zijn niet hetzelfde als blended learning.

Met  hybride onderwijs wordt synchoon (multi-) locatie onderwijs bedoeld, waarbij een deel van de deelnemers op locatie is en een ander deel van buiten de locatie (werk, thuis) deelneemt.

Good practices binnen de HvA op Blended Learning

Wil je meer met blended learning gaan werken en ben je benieuwd naar de ervaringen van je collega’s?

Binnen de Hogeschool van Amsterdam zijn er meerdere collega’s, van verschillende opleidingen, die ervaring hebben met blended onderwijs.
In het kader van samen leren hebben wij deze collega’s voor de camera geïnterviewd over hun best practise met blended onderwijs.

Vind niet opnieuw het wiel uit en leer van je collega’s!
Bekijk de interviews op het YouTube kanaal van programma Blended Learning.

Wat is wetenschappelijk bekend over blended learning

Door de site te blijven gebruiken, stemt u in met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "cookies toestaan" om u de best mogelijke browse-ervaring te geven. Als u deze website blijft gebruiken zonder uw cookie-instellingen te wijzigen of als u hieronder op "Accepteren" klikt, stemt u hiermee in.

Sluiten