Toetsprogramma

Toelichting op het toetsprogramma

Het toetsprogramma van een opleiding komt voort uit de visie op onderwijs en onderzoek. Gewenste leeruitkomsten, toetsing en leeractiviteiten staan immers in Constructive Allignment met elkaar. Onderstaand een toelichting op relevante onderdelen uit de visie.

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Beloftes naar student (instellingsplan HvA) in relatie tot het toetsprogramma

  1. Leeruitkomsten vormen de ruggengraat van onderwijs en toetsen.
  2. We bieden de student regie over het eigen leerpad.
  3. We werken in leergemeenschappen in een open (blended) leeromgeving.
  4. Onze toetsvormen zijn representatief voor de professie.
  5. We toetsen en beoordelen ontwikkelingsgericht.

Vanuit bovenstaande beloftes zijn leren en beoordelen onlosmakelijk met elkaar verbonden en is een afzonderlijk visie op onderwijs respectievelijk toetsing niet adequaat. Deze valt samen in een continue afstemming van toetsen en leren, waarbij toetsen het leren ondersteunt en het leren het toetsen ondersteunt. Toetsing geeft, in dit circulaire proces, inzicht in de groei van de student.

Flexibilisering van het onderwijs, de ontwikkeling van leertechnologieën en een blended leeromgeving maakt onderwijs en toetsing mogelijk dat meer is afgestemd op de individuele mogelijkheden, wensen en behoeften van een student. Daarmee staat de student meer centraal.

Leeruitkomsten vormen de ruggengraat van onderwijs en toetsen

  1. De opleiding heeft de landelijke leerresulaten vertaald in leeruitkomsten en professionele taken, en uitgeschreven naar leeruitkomsten van een opleidingsfase (de bekwaamheidsniveaus van de student in de opleiding; meetbare resultaten van leerervaringen).
  2. Leeruitkomsten beschrijven wat een student geacht wordt te weten, te begrijpen en te kunnen toepassen na afronding van een leerperiode (de gewenste output van een leerproces in termen van inhoud, onderwerp, soort professionele taak en context) en duiden het niveau van de opleidingsfase.
  3. De leeruitkomsten van de bacheloropleiding worden uitgeschreven naar samenhangende leeruitkomsten op drie niveaus:
    1. Een basisniveau (propedeuse)
    2. Gevorderd niveau: hoofdfase (ook passend bij Ad)
    3. Expertniveau: afstudeerfase
    4. Modulen zijn ingedeeld naar een van bovengenoemde niveaus, maar zonder een koppeling aan een studiejaar
    5. Binnen elk niveau is geen volgordelijkheid tussen modulen.
  4. De gewenste leeruitkomsten sturen de didactiek, de begeleiding, de leeractiviteiten en de toetsvormen. Deze zijn met elkaar in lijn (constructive alignment).

We bieden de student regie over het eigen leerpad

Student als partner

  1. Studenten krijgen meer regie over hun eigen leerpad, zodat zij keuzes kunnen maken in inhoud, tijd en tempo, vorm en plaats van leren die passen bij hun persoonlijke talenten en ambities en voelen zich hierbij ondersteund door een passende mix tussen online, fysieke en/of hybride activiteiten.
  2. Elke student heeft iets anders nodig om succesvol te zijn. Dit vraagt om persoonlijke leerpaden.

Tegelijkertijd blijft het mogelijk dat studenten een voorgestructureerd pad doorlopen.

  1. Studenten leren de eigen ontwikkeling te sturen en worden bij het maken van keuzes begeleid door studieloopbaanbegeleiders. Studenten beschikken over de juiste gepersonaliseerde informatie.

Het creëren van persoonlijke leerpaden waarbij de student regie heeft tempo en inhoud, vindt grofweg op twee niveaus plaats:

  1. Op het niveau van de opleiding/curriculum. De nadruk ligt hier op het kunnen bepalen van het eigen tempo van de studie/ het leerpad. Studenten kunnen zelf het aantal eenheden (modulen) per onderwijsperiode bepalen, de volgorde en ook het startmoment van eenheden. In eigen tempo studeren houdt in: nominaal, versneld (> nominaal aantal studiepunten) of in langzamer tempo < nominaal aantal studiepunten) per periode/ kunnen studeren.
  2. Binnen een onderwijseenheid /een eenheid van leeruitkomsten. Hier gaat het steeds om het eigen tempo van het leerproces. De student heeft keuzes bij de samenstelling van het programma (leeractiviteiten, inhoud, toetsing) in de onderwijseenheid.
  3. Studenten bewijzen aan de leeruitkomsten te voldoen. De wijze waarop kan per student variëren.

Als gevolg hiervan wordt het de wijze waarop het onderwijs vorm krijgt en de wijze waarop getoetst wordt, flexibeler en kan dit beter worden afgestemd op de individuele student.

Grote onderwijseenheden

Studenten leren in gemeenschappen met medestudenten, docenten, onderzoekers en werkveld. Om dit mogelijk te maken bestaat het curriculum uit onderwijseenheden/modulen met een omvang in studiepunten (15, 30 studiepunten) met geen of beperkte volgtijdelijkheid en over een semester. Een substantiële omvang is een voorwaarde voor:

  1. Studeren in eigen tempo en afstemming van onderwijs op de behoeften/interesses student.
  2. Het ontwikkelen van affiniteit met het kernvraagstuk van de module/beroep.
  3. Het ontwikkelen van een binding met medestudenten die zich bezighouden met hetzelfde vraagstuk.
  4. Het bieden van een studentbegeleiding op maat -zowel naar het faciliteren van groepen als individuele begeleiding.
  5. Ontwikkelingsgericht toetsen op leeruitkomsten.

Onze toetsvormen zijn representatief voor de professie

Het toetsprogramma (en onderwijsprogramma) beoordeelt of een student professionele taken kan uitvoeren en is daardoor met name gebaseerd op een set van authentieke beroepspraktijken.

De prestaties zijn representatief voor het gevraagde niveau. In het toetsprogramma wordt rekening gehouden met de expertiseontwikkeling van de student. Het niveau van prestaties in de afstudeerfase is representatief voor het niveau van de professionele taken die de beginnende ingenieur moet kunnen uitvoeren in de beroepspraktijk. Door het uitvoeren van deze taken tonen studenten aan dat zij voldoen aan de leeruitkomsten.

In elke opleidingsfase wordt een passende mix aan toetsvormen ingezet waarbij toetsen zoveel als mogelijk de vorm hebben van integrale (beroeps)opdrachten en daarmee samenhangende beroepsproducten.

De wijze waarop studenten bewijzen dat zij aan de leeruitkomsten voldoen en dat zij professionele taken kunnen uitvoeren, kan per student variëren. In een digitaal portfolio verzamelen studenten bewijzen.

We toetsen en beoordelen ontwikkelingsgericht

Formatief handelen, vanuit een ontwikkelingsperspectief van de student, zijn vooral tijdens het leerproces en de uitvoering van integrale beroepsopdrachten van belang. De feedback-, feed-up en feedforward komt tegemoet aan de individuele leerbehoefte van de student en is constructief, betekenisvol, specifiek en toepasbaar. Het ondersteunt de student in het bepalen van de volgende stap.

De beroepsopdrachten (beroepsproduct en verantwoording) worden integraal beoordeeld. In essentie draait het bij integraal beoordelen om de vraag: zou ik de student deze beroepsopdrachten of taaksituatie toevertrouwen?

Onder integraal beoordelen verstaan we het meer holistisch beoordelen van een integrale beroepsopdracht. Dit kan door te kijken naar een combinatie van de toepassing van kennis, vaardigheid en houding en de onderliggende processen. Vragen daarbij zijn bijvoorbeeld: hoe pakt student de opdracht aan? (systematische en methodische aanpak door onderzoekend vermogen, toepassen stevige kennisbasis, vakmanschap en maatschappelijk) ethisch verantwoord en waarom op die manier?), de reflectie op geleverde prestaties en producten en de ontwikkeling die de student daarbij laat zien.

Toetsvormen van de HvA (per september 2021)

Het toetsprogramma geeft het geheel aan toetsvormen weer van een opleiding. Het toetsprogramma staat in hoofdstuk 9 van de OER.
Per september 2021 zijn de toetsvormen van de HvA geselecteerd tot een kleinere set mogelijkheden. Dit kwam voort uit  een verzoek vanuit het onderwijs en de ondersteuning om de toetsvormen (in SIS) te actualiseren.
Daarbij was het streven een beperkt aantal hoofdcategoriën (in SIS), wat opleidingen meer flexibiliteit en ruimte biedt in de uitvoeringsvorm.

Nieuwe opzet (zie onderstaand):

  • Vijf hoofdcategorieën in SIS (kolom 1). Deze staan vast voor alle opleidingen. Deze vorm wordt vermeld in de toetsprogramma’s in de OER.
  • Een nadere specificering van de toetsvorm in de studiegids bij het veld toelichting op de toetsvormen (kolom 3). In dit verplichte veld wordt de toetsvorm specifieker benoemd en nader toegelicht. Bij toetsen met een afnamemoment wordt nadrukkelijk vermeld of het een pen-en-papier, mondelinge of digitale toets betreft. De opsomming van vormen is deze kolom is niet limitatief. Ook andere toetsvormen zijn mogelijk zolang ze aansluiten bij de te beoordelen leerdoelen (kolom 2) en de omschrijving (kolom 4)

N.B.: vanuit de WHW is voorschrift dat in de OER is opgenomen of een toets schriftelijk, mondeling of anderszins wordt afgenomen. De huidige opsomming van de toetsvormen in SIS voorziet hierin. Deze bepaling wringt echter steeds meer met de huidige praktijk. Met deze nieuwe opzet verplaatsen we deze informatie over de afnamevorm naar de studiegids.

Huidige lijst van hoofdcategorieën en vormen

Hoofdcategorie vermeld in SIS en OERBeoordeling gericht opNadere specificering van de vorm in studiegids (niet limitatief)Toelichting toetsvorm hoofdcategorie
Portfolio-assessmentIntegratie kennis, houding en (beroeps)vaardighedenPortfolio assessment Criteriumgericht interview Het geheel aan prestaties, verzameld in een portfolio, waarmee de student aantoont competenties te beheersen, met (indien van toepassing) een criterium gericht interview (assesmentgesprek) naar aanleiding van het portfolio. Studenten kan een keuze worden gegeven in de samenstelling van het portfolio
Gedragsassessment Integratie kennis, houding en (beroeps)vaardigheden Beroepshandelingen
stageplek
Simulatie
Rollenspel
Stationstoets
Skillsstoets
Practicumtoets
Vorm in overleg met student(en)
Een toets waarbij studenten beroepshandelingen demonstreren in een authentieke of gesimuleerde beroepssituatie en/of -context. Examinatoren/assessoren observeren hun gedrag. Indien van toepassing: studenten schrijven na afloop een verantwoordingsverslag over hun handelen, bijvoorbeeld bij stages, of ze voeren een assessmentgesprek met de assessoren om hun handelen te onderbouwen en gemaakte keuzes toe te lichten. Andere vorm kan ook in overleg met student(en) worden bepaald. Studenten kan ook een keuze worden gegeven uit een aantal toetsvormen.
Beroepsproduct Integratie kennis, houding en vaardighedenOntwerp Eindproduct Onderzoek Advies Vorm in overleg met student(en) Een prestatie, met grote gelijkenis met prestaties in de beroepsuitoefening, die door een groep of door één student op een methodische en systematische wijze wordt uitgevoerd, waarin kennis uit theorie en praktijk(gericht) onderzoek wordt verbonden en dat uitmondt in een ontwerp, (fysiek, digitaal) eindproduct, onderzoek of advies, inclusief bijhorende verantwoording/reflectie. Andere vorm kan ook in overleg met student(en) worden bepaald. Studenten kan ook een keuze worden gegeven uit een aantal toetsvormen. Dit kan leiden tot meerdere beroepsproducten. Een mondelinge presentatie kan onderdeel uitmaken van de beoordeling.
Opdracht Cognitieve vaardighedenPaper
Referaat
Essay
Vorm in overleg met student(en)
Een korter of langer betoog naar aanleiding van een concrete vraagstelling, waarbij de student een probleem of situatie behandelt (beschrijft, samenvat, analyseert, synthetiseert), een eigen analyse en/of argumentatie geeft, conclusies trekt en eventueel vervolgvragen definieert. Andere vorm kan ook in overleg met student(en) worden bepaald. Studenten kan ook een keuze worden gegeven uit een aantal toetsvormen.
Kennistoets Kennis en cognitieve vaardighedenKennisclip
Presentatie
Casustoets
Open-vragen toets
Half-open vragen toets
Meerkeuze toets
Een toets met vragen over beroepsgerichte, theoretische en vakgerichte kennis gericht op inzicht en toepassing. Deze toets kan verschillende vormen hebben die ook in één toets gecombineerd kunnen worden. Traditionele vormen zijn: open vragen, half-open vragen, meerkeuzevragen, vragen waarbij de student de ontbrekende informatie moet aanvullen. Nieuwe vormen zijn kennisclip of presentatie gemaakt door de student waarin hij/zij kennis aantoont. Studenten kan ook een keuze worden gegeven uit een aantal toetsvormen. Afname: digitaal, mondeling of pen en papier.

Voor toetsen met een afnamemoment:

We maken nu onderscheid tussen schriftelijk, mondeling en digitaal. Echter, digitaal is ook ‘met schrift’. Het is daarom consequenter om te de indeling: digitaal, pen-en-papier en mondeling te gebruiken.

AfnamevormMogelijke Toetsvormen (niet uitputtend)
1 Digitaalkennistoets met open of gesloten vragen, open-boek tentamen, essaytoets
2 Pen-en-papier Kennistoets met open vragen, open-boek tentamen, essaytoets
3 Mondeling Presentatie, portfolioassessment, vaardigheidstoets

Huidige lijst van toetsvormen in SIS

CodeLange naamDefinitie
ASAssessment Een assessment is een toetsvorm waarbij de student in een gesprek zijn competenties aantoont, meestal aan de hand van een verzameling van bewijzen in een portfolio, zoals beroepsproducten of ervaringsverslagen. Het kan ook een gedragsassessment betreffen. Hierbij wordt het gedrag van studenten tijdens het uitvoeren van kenmerkende, kritische beroepstaken geobserveerd en beoordeeld op basis van vooraf gespecificeerde criteria.
OPOpdrachtAlgemene benaming voor toetsvorm waarbij student een bepaald resultaat oplevert in de vorm van een verslag, betoog of product. Kan ook in de vorm van een groepsopdracht.
PAPaper / verslag / scriptieEen korter of langer betoog / verslaglegging naar aanleiding van een vraagstelling of opdracht, waarbij de student aan de hand van een vraagstelling / opdracht een probleem of situatie behandelt (beschrijft, samenvat, analyseert, synthetiseert), een eigen analyse en/of argumentatie geeft, conclusies trekt en eventueel vervolgvragen definieert.
PDProduct Een, meestal schriftelijke, rapportage waarin een vraag of opdracht van een bedrijf, organisatie of instelling die door een groep of door één student beantwoord/opgelost wordt. Veelal is het het resultaat van een project (of opdracht). Het betreft meestal een beroepsproduct.
PEPresentatieEen mondelinge toelichting van bevindingen, en/ of een beoordeling van die bevindingen en/ of een advies. Wordt doorgaans ondersteund met presentatiesoftware of op poster.
POPortfolioEen portfolio is een verzameling bewijsstukken waarmee een student bereikte competenties kan aantonen. Een portfolio wordt meestal beoordeeld in een assessment. We raden aan om wanneer het om een beoordeling gaat, in dat geval de toetsvorm assessment te gebruiken.
TDToets digitaalZie toets schriftelijk maar dan digitaal afgenomen, daarbij bij voorkeur gebruikmakend van door de HvA goedgekeurde digitale toetsprogramma’s, die voldoen aan het HvA toetsprotocol digitaal toetsen.
TMToets mondelingEen vraaggesprek waarin op basis van een gespreksprotocol beroepsgerichte, theoretische en vakgerichte kennis en vaardigheden getoetst wordt.
TPToets praktijkEen toets waarbij de student demonstreert dat bepaalde beroepsvaardigheden correct en adequaat worden uitgevoerd.
TSToets schriftelijkEen toets met vragen over beroepsgerichte, theoretische en vakgerichte kennis. Deze toets kan verschillende vormen hebben die ook in één toets gecombineerd kunnen worden: meerkeuze vragen, open vragen, half-open vragen waarbij de student de ontbrekende informatie met aanvullen, essayvragen, case vragen.

Door de site te blijven gebruiken, stemt u in met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "cookies toestaan" om u de best mogelijke browse-ervaring te geven. Als u deze website blijft gebruiken zonder uw cookie-instellingen te wijzigen of als u hieronder op "Accepteren" klikt, stemt u hiermee in.

Sluiten