4. Beroepsproduct

Wat is een beroepsproduct?

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Wat is een beroepsproduct?

Beroepsproducten zijn diensten of producten die een professional moet kunnen leveren in het uitoefenen van zijn beroep (Losse, 2016). Deze diensten of producten laten prestaties met grote gelijkenis met prestaties in de beroepsuitoefening zien en zijn daarom bruikbaar en wenselijk voor beoordeling.

Beroepsproducten worden op een methodische en systematische wijze uitgevoerd, waarin kennis uit theorie en praktijk(gericht onderzoek) wordt verbonden en waarin deze kennis uitmondt in een advies, ontwerp, (fysiek of digitaal) product of antwoord op een onderzoeksvraag, inclusief verantwoording. Dit product kan tot slot ook in de vorm van een mondelinge presentatie gegoten worden. Beroepsproducten zijn meestal onderdeel van een portfolioassessment.

Een beroepsproduct kan bestaan uit tussen/deelproducten die leiden tot een eindproduct. Dit is iets anders dan meerdere onsamenhangende producten laten inleveren en deze als 1 geheel beoordelen. Het gaat er om dat de deelproducten bij elkaar horen.
Afhankelijk van de opleidingsfase kan een eind- of tussenproduct gevraagd worden.
Uiteraard zijn de beroepsproducten aangepast aan het niveau van de betreffende opleidingsfase (zie hiervoor de complexiteit van Zelcom).

Een beroepsproduct is altijd een afgeleide van een beroepstaak:

Een beroepstaak is een betekenisvolle, hele taak, waarbij verschillende aspecten uit het beroep samen komen, zoals deze ook door een expert in het beroep wordt uitgevoerd. Daarbij heb je uiteraard complexe en minder complexe beroepstaken, hoofd- en deeltaken. Deze beroepstaken vormen de bouwstenen van het curriculum.

Een beroepsproduct
Een beroepsproduct

Waarom een beroepsproduct?

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Waarom een beroepsproduct?

Niet langer is vakinhoudelijke kennis leidend als bouwsteen voor het curriculum, vakkennis en vaardigheden moeten verbonden worden aan wat een student later moet kunnen uitvoeren in de beroepspraktijk. Het onderwijs moet zich richten op het succesvol leren uitvoeren van relevante, complexe beroepstaken, en dat impliceert het afscheid van het gefragmenteerde curriculum, waarin kennis en vaardigheden separaat worden aangeboden (Merriënboer & Kirschner, 2007). Relevante authentieke opdrachten uit de beroepspraktijk moeten de centrale bouwstenen vormen van een curriculum. (Jos Franssen).

Hoe formuleer je een beroepsproduct?

1

1. Het ontwerpen van het beroepsproduct

  • Stel de leeruitkomsten/leerdoelen en gedrags-/handelingsindicatoren voor de onderwijseenheid vast. Deze moeten passen bij de leeruitkomsten op programmaniveau. Zie hiervoor de informatie over “het onderwijsontwerp“.
  • Bepaal welke beroepstaak de student moet kunnen uitvoeren die past bij deze leerdoelen en welk beroepsproduct hierbij hoort.
  • Formuleer vanuit het beroepenveld (bijv. uit naam van een (fictieve) opdrachtgever) een authentieke opdracht, aansluitend op de leeruitkomsten en passend bij het opleidingsniveau (artikel “Zelcom“).
  • Welke tussenproducten zijn nodig om het eindproduct op te kunnen leveren?
  • Formuleer hierbij ook de gedrags/handelingsindicatoren.
  • Breng in kaart: wat moet de student aan kennis/vaardigheden verwerven/oefenen om te komen tot het beroepsproduct?
  • Check: is wat je hier beoogt haalbaar in het aantal ECT’s en de opleidingsfase?
    • Moet er iets weg uit je opdracht?
    • Geef je een bepaald stuk aan de student (bijvoorbeeld: je wilt dat ze aantonen een ontwerp te kunnen maken, hiervoor is ook een analyse nodig van de omgeving, echter dit is niet haalbaar in de tijd, je kunt dan de analyse geven aan de student, zodat deze wel de analysefase leert doorgronden, maar niet zelf uit hoeft te voeren).

2

2. Schrijf het beroepsproduct uit

  • Omschrijf in duidelijke taal en structuur wat er verwacht wordt van de student, zowel in de opdrachtomschrijving, eisen, criteria, als welke tussenproducten wanneer ingeleverd moeten worden (t.b.v. feedback) Deze structuur vormt de basis voor de onderwijseenheid.
    • Beschrijf de criteria waaraan het product moet voldoen. Deze criteria beschrijven concreet waar het product, de prestatie aan moet voldoen. Maak een duidelijke omschrijving (bijv in rubric) van de criteria (op basis van kennis, vaardigheden en houding) en complexiteit, passend bij de opleidingsfase en de leeruitkomst(en). Zorg dat ook duidelijk is welke onderdelen minimaal onderdeel zijn van het beroepsproduct.
    • Zorg dat een tweede beoordelaar het exact hetzelfde moet kunnen beoordelen.

3

3. Leertechnologie

  • Kies (met het oog op blended learning) welke leertechnologie op welk moment ondersteunend/versterkend is (bijv. digitale instructie, voorbeelden, feedback, beoordeling, presenteren, inleveren). Kijk hierbij niet alleen naar het product dat de student moet inleveren, maar ook welke kennis en vaardigheden hij hiervoor moet aanleren.
  • Zorg dat de studenten en docenten vertrouwd zijn met deze technologische versterkingen.

Veelgestelde vragen over beroepsproducten

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Hoe zorg ik ervoor dat de beroepsproducten minder fraudegevoelig zijn, studenten niet meeliften, en ik ook zicht heb op de individuele ontwikkeling van de student?

  1. Werk waar mogelijk met unieke opdrachten (werk bijv. met een echte opdrachtgever, met verschillende casuïstiek, of verschillende contexten, (fictieve) opdrachtgevers, belangen/perspectieven). Voeg iets unieks toe per groep, zodat groepen onderling het werk niet kunnen dupliceren.
  2. Laat het beroepsproduct bestaan uit een “portfolio assessment”, oftewel, de student levert in:
    1. Het groepsberoepsproduct
    2. een individuele verantwoording, met daarin tevens een theoretische onderbouwing van de gemaakte keuzes
    3. Een individuele reflectie, op het eigen aandeel, proces, professionele identiteit, persoonlijke doelen (en hoe dit in deze module concreet aandacht gegeven te hebben)
    4. Een individueel logboek: hierin houdt de student zelf alle feedback bij, inclusief verslag van docentgesprekken en te ondernemen acties.
    5. Evt. Presentatie/ verdediging, waarbij elke student individueel bevraagd kan worden.

In de beoordelingsrubric maak je duidelijk op welke manier de onderdelen meetellen in de eindbeoordeling. Bij voorkeur is dit integraal, er wordt gekeken naar het totaal plaatje. In enkele gevallen kun je er voor kiezen om aan de onderdelen een bepaald percentage te hangen.

  1. Laat studenten werken met een samenwerkingscontract en geef bewust aandacht aan taakverdeling.

Laat de studenten consults of voortgangsgesprekken met de docent voorbereiden aan de hand van vergadertechnieken, zoals het vooraf toesturen van de agenda, en het maken van notulen, inclusief actiepunten en rolverdeling.

  1. Zorg dat studenten allen een eigen aandeel hebben in de uitwerking, dat samengevoegd moet worden en waar iedereen verantwoordelijk is (dit kan ook bijv. in verdeling van deelopdrachten die leiden tot een gezamenlijk resultaat)
  2. Bespreek met studenten de plagiaatcontrole
  3. Bespreek en begeleid het samenwerkproces, geef feedback

Hoe kan ik in een beroepsproduct ook kennis toetsen? Hoe voorkom ik dat de theorielijn door studenten niet serieus genomen wordt nu er geen tentamen meer plaatsvindt?

  1. Zorg ervoor dat kennis een expliciet onderdeel is van het beroepsproduct.
    1. Bijvoorbeeld in het verantwoordingsverslag, waarin op theorie gebaseerde keuzes toegelicht worden. Of stel bewuste eisen aan de opdracht, zoals  het geven van een uitwerking van 2 theoretische analysemodellen in de probleemanalyse. Of een analyse van eigenschappen van constructiematerialen in het product, waarna een keuze gemaakt wordt voor het ontwerp (etc.).
  2. Gebruik tijdens de lessen regelmatig formatieve toetsing (dus zonder beoordeling) over de theorie/berekeningen
    1. bijv. iedere even week start met een 10 min “toets”
    2. de uitkomsten van deze toetsing tellen niet mee in de eindbeoordeling, maar zijn wel onderdeel van de feedbackgesprekken en zijn gericht op zelfevaluatie van de student. Indien deze kenniscomponenten ook zichtbaar zijn in de rubric (“In deel X van je beroepsproduct moet de betreffende theorie op die en manier zichtbaar zijn in je keuzes, of in de probleemanalyse of in je ontwerp), kun je hier als docent continu op sturen.
  3. Combineer een beroepsproduct met een presentatie of mondelinge verantwoording, waarbij doorgevraagd kan worden op theoretische aspecten, essentieel voor het beroepsproduct.

Voorbeelden van beroepsproducten en wat geen beroepsproducten zijn

Heb jij goede voorbeelden van een beroepsproduct die je graag wil delen?

Stuur deze naar m.t.e.meij2@hva.nl

Door de site te blijven gebruiken, stemt u in met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "cookies toestaan" om u de best mogelijke browse-ervaring te geven. Als u deze website blijft gebruiken zonder uw cookie-instellingen te wijzigen of als u hieronder op "Accepteren" klikt, stemt u hiermee in.

Sluiten