2. Leeruitkomsten

Je ontwikkelt je module op basis van de beoogde leerresultaten/ leeruitkomsten. Op deze pagina leer je hoe je zichtbaar kunt maken hoe de module zich verhoudt tot de leeruitkomsten. En hoe je op basis van bestaande leeruitkomsten op curriculumniveau, leeruitkomsten op module niveau opstelt (en indien wenselijk combineert).

Op deze pagina gaan we ervanuit dat de leeruitkomsten op opleidingsniveau zijn geformuleerd en jij op moduleniveau ermee aan de slag kunt. Zo niet, ga hierover in gesprek.

Wat zijn leeruitkomsten en wat niet?

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Wat zijn leeruitkomsten en wat zijn leeruitkomsten niet?

Leeruitkomsten geven aan wat studenten na het voltooien van het studieproces moeten kennen en kunnen, en hoe zij dat kunnen aantonen. Zij beschrijven het gewenste resultaat van een opleidingsfase. Dit betekent een opbrengstgerichte benadering van onderwijs in plaats van aanbodgerichte. Leeruitkomsten vormen de basis voor het ontwikkelen van het onderwijs en de toetsing en zijn afgeleid van de eindkwalificaties van de opleiding, zoals beschreven in het landelijk profiel. Zij laten ruimte voor een bredere instroom in vooropleiding en voltijd- of deeltijdstudenten. (Vereniging van Hogescholen, 2016; Hogeschool Utrecht, 2017). Bij het formuleren van leeruitkomsten ligt de uitdaging daarom in het vinden van balans tussen houvast en ruimte: de leeruitkomsten moeten voldoende concreet en specifiek zijn, maar niet zo dichtgetimmerd zijn naar context of inhoud dat ze flexibiliteit in de invulling van (delen van) opleidingstrajecten door de student in de weg staan. Daarbij moeten leeruitkomsten waarneembaar en te beoordelen zijn.

De leeruitkomsten op module niveau zijn specifieker dan de eindtermen/ leerresultaten op opleidingsniveau (basis – gevorderd of expertniveau), zie onderstaand de schematische weergave. Een leeruitkomst op module niveau beschrijft het gewenste eindresultaat en duidt slechts één beheersing niveau (het meest complexe beheersing niveau wordt beschreven). Leeruitkomsten op module niveau moeten meetbaar zijn om te bepalen tot welk niveau een student een bepaalde competentie heeft gevormd of verbeterd. “Studenten hebben de ruimte, binnen de kaders van de door hun opleiding bepaalde leeruitkomsten (eindkwalificaties), om deel te nemen aan onderwijsactiviteiten, die passen bij hun talenten en ambities, terwijl tegelijkertijd gewaarborgd wordt dat alle studenten voldoen aan hetzelfde niveau”

Door de vormgeving van het toetsprogramma, ontstaat een overzicht van alle leeruitkomsten binnen een opleiding, hetgeen een opleiding inzicht geeft in de sterkten en hiaten binnen de opleiding. Geef idealiter achter de leeruitkomst of in een tabel aan welke leerresultaten/eindtermen op curriculum niveau deze leeruitkomsten op module niveau bijdragen. Dit kan studenten helpen richting te geven aan het eigen leerproces.

Leeruitkomsten/leerresultaten zijn niet hetzelfde als leerdoelen of competenties. 
Leeruitkomsten bepalen NIET de invulling van het leertraject. Ze zeggen alleen iets over het einde, maar niet de weg er naar toe. Leerwegonafhankelijk geformuleerde leeruitkomsten maken het juist mogelijk leertrajecten meer flexibel en vraaggericht in te vullen en deze af te stemmen op ontwikkeling van studenten.

 

Een leerdoel:
Zegt iets over de weg er naar toe. Het is geformuleerd vanuit het perspectief van de opleiding en/of docent.
Er wordt beschreven wat de student moet leren.
Bijv. de student verwerft kennis over…. De student leert tekenen. Ontwikkelt zijn communicatievaardigheden. Ontwikkelt kennis en begrip over…..

Competentie:
Een kwaliteit, vermogen, capaciteit of vaardigheid die is ontwikkeld door en behoort bij de student.
Individuele verworvenheden die studenten gedurende hun onderwijseenheid aanleren (Hogeschool Utrecht, 2017).
Ze zijn niet direct waarneembaar, beheersing komt pas tot uiting bij toepassing.

Leeruitkomst:
Een meetbaar resultaat van leerervaringen die ons in staat stelt er zeker van te zijn tot welke hoogte/niveau/standaard een competentie is gevormd of verbeterd.
Geen unieke eigenschappen van de student.

Werken met leeruitkomsten in een notendop (13 min)

Hoe bepaal / ontwikkel je de leeruitkomsten voor jouw module, vak of les?

Hoe ga je nu aan de slag met leeruitkomsten voor jouw module, vak of les?

Hieronder zie je een stappenplan, dat je helpt om keuzes te maken, leeruitkomsten scherp te noteren en te zorgen voor een goed uitgangspunt voor jouw onderwijsontwikkeling.

We gaan er hierbij vanuit dat op curriculumniveau de leeruitkomsten zijn vastgesteld, en dat er een (wellicht algemeen) uitgangspunt ligt voor de module, het vak. Wanneer dit ontbreekt, adviseren we je contact op te nemen met de teamcoordinator of curriculumcommissie.

Stappenplan

Klik op “+” om de blokken te lezen.

1. Bepaal de verhouding tot de eindkwalificaties / beoogde leeruitkomsten op curriculumniveau

Gebruik de analyse uit de vorige stap (het onderwijsontwerp): plaats in curriculum, doelgroep, (globale) leerinhoud.

Bepaal a.d.h.v. aan welke onderdelen en op welk niveau (zelcom) aan de eindkwalificaties gewerkt gaat worden in deze module.
Welke begrippen, principes, vaardigheden, houdingen, attitudes komen aan bod?
Welke relaties en verbanden zijn er? Wat is de wenselijke volgorde?
Welke zelfstandigheid van de student?
Welke complexiteit van de leeruitkomsten?

Weet dat niet alles kan binnen deze module. Stel op basis van de leeruitkomsten op curriculumniveau, het complexiteitsniveau en de leerinhoud vast welke onderwerpen prioriteit hebben. Doe dit bij voorkeur samen met je team.

Vanuit de eindkwalificaties wordt namelijk bepaald op welke beheersingsniveaus de student moet acteren, bij diplomering van de opleiding. Gedurende de opleiding is het belangrijk om dit niveau af te stemmen op de (opleidings)fase waarin de student zich bevindt. Bij een startende verwacht je andere dingen (je geeft bijvoorbeeld meer begeleiding, zorgt voor minder complexiteit) dan bij een afstudeerder. Gebruik voor de complexiteit het model van Zelcom.

2. Bepaal de gewenste output

  1. Wat hierbij kan helpen: Verplaats je in de rol van opdrachtgever in de praktijk: wat verwacht jij dat de student/startende professional daadwerkelijk oplevert/aantoont? Hoe zou je dit in een beroepstaak omschrijven? In welke concrete, authentieke beroepscontext komt dit tot uiting?
    Welke tussenstappen zijn er nodig om dit op te kunnen leveren?
  2. Zorg dat er sprake is van:
    • Een gedragscomponent/ handelingswerkwoord (waarneembaar en beoordeelbaar gedrag)
    • Een inhoudscomponent t.a.v.; welk onderwerp de handeling uitgevoerd moet worden (wat)
    • De context concretisering van het gedrag dat plaats dient te vinden (hoe)
  3. Duid slechts één beheersingsniveau aan en geef altijd het hoogste beheersingsniveau weer (als cumulatief resultaat).
  4. Bespreek / beschrijf hoe het er uit ziet als een student de leeruitkomst beheerst. Bespreek dit met collega’s, de praktijk, en/of de examencommissie.
  5. Check: is wat je hier beoogt passend bij het aantal ECT en de opleidingsfase?

3. Formuleer de leeruitkomsten

Formuleer nu op basis van de voorgaande stappen de leeruitkomsten voor deze module (d.w.z. het meetbare eindresultaat/resultaten wat de student moet aantonen/bereiken middels deze module, op welk beheersingsniveau).

Gebruik hiervoor de Tuningsystematiek.

De informatie hieronder zal je verder helpen.

Tuningsystematiek

De Tuningsystematiek geeft een systeem waarbij een leeruitkomst wordt opgebouwd aan de hand van een aantal standaard onderdelen.

Bron: Klarus, Peeters & Joosten-ten Brinke, 2017 & Nederlands Partnerschap Leven Lang Leren, 2015
WerkwoordIs in staat om te verdedigen
Type/soortMet behulp van debatvaardigheden en vaardigheden op het gebied van argumentatie en reflectie
OnderwerpZijn onderzoeksuitkomsten en scriptie
StandaardEisen die aan onderzoeksrapporten gesteld in domein communicatie
RijkwijdteBinnen een gemiddelde complexiteit
VraagToelichting
WerkwoordWelk gedrag wil je zien bij de toetsing? Wat toets je bij huidige toetsing? Bijvoorbeeld werkwoorden Bloom (cognitieve domein), zie ook psychomotorische en affectieve domein (bijvoorbeeld in Kennedy). Link met toetsbeleid
Type/soortAan welke opleidings-specifieke competenties draagt het bij? Zie landelijk profiel, eindkwalificaties opleiding. Welke ‘rijtjes’ staan in standard 1 van de NVAO?
OnderwerpOver welke onderdelen BOKS/kennisbasis gaat het hier? Bij ontbreken van goede BOKS: keer het process om: Wat wil je hierover in de BOKS? Zie landelijke documenten, toetsmatrijzen, literatuur waar je aan denkt enz.
StandaardWelke modellen/ theorieën/ standaarden/ aanpakken/ benaderingen mag/moet iemand hanteren? Bijvoorbeeld wet- en regelgeving, wetenschappelijke evidence, professionele normen (bijvoorbeeld register, beroepsvereniging), kwaliteit literatuur. Eventueel aantal verschillende modellen dat iemand moet beheersen.
RijkwijdteIn welke combinatie(s) van rol en situatie moet het gedrag getoond kunnen worden? Eisen aan de toepassingssituatie, die iets zeggen over complexiteit/ nieuwheid(transfer)/ snelheid/ risico/ soort beschikbare informatie.

Voorbeelden

De startbekwame Stuurman maakt de voorbereiding voor een internationale zeereis, inclusief de bijhorende manoeuvres, die voldoet aan internationale standaarden en voert als lid of leider van een brugteam deze zeereis zo veilig en efficiënt mogelijk uit. Hij toont bij de uitvoering een proactieve houding en kan adequaat omgaan met veranderende meteorologische en oceanografische omstandigheden, navigational emergencies en andere calamiteiten.

De student is in staat om zijn onderzoeksuitkomsten en scriptie met behulp van debatvaardigheden en vaardigheden op het gebied van argumentatie en reflectie, binnen een gemiddelde complexiteit te verdedigen, volgens de eisen die aan onderzoeksrapporten worden gesteld in het domein communicatie.

De logistiek professional/student plant, aan de hand van doelen en data, logistieke (deel)processen en voert verbeteringen door die impact hebben. Hij maakt daarbij een afweging tussen servicegerichtheid, kosten en duurzaamheid.

De student bezit de praktische vaardigheid ontwikkeld om een in een gesimuleerd situatie met behulp van de Javascript de interactie van webpagina te testen en te verbeteren. De student programmeert volgens de opgegeven standaarden.

Een student heeft de competentie ontwikkeld om een in een praktijk(getrouwe) situatie met behulp van de design thinking methode een UX-vraagstuk van een opdrachtgever te analyseren en op basis van deze analyse een prototype te ontwerpen. De student onderbouwt het ontwerp met relevante theorieën over Human-Computer interaction. 

Een student heeft de juiste werkhouding geleerd voor het uitvoeren van individuele taken (schrijven van een thesis) en het werken in teams, om opdrachten binnen de gestelde tijd af te ronden en met aandacht voor persoonlijke en professionele integriteit en het voorkomen van plagiaat.

Aanwijzingen bij het formuleren van leeruitkomsten

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Aanwijzingen bij het formuleren van leeruitkomsten

  • Begin elk leerresultaat met een handelingswerkwoord, gevolgd door het onderwerp en eindig met toelichting op de context.
  • Kies werkwoorden die waarneembaar en te beoordelen (meetbaar) gedrag weergeven;
  • Typeer de gewenste leeropbrengst zo scherp mogelijk (vermijd termen als: enige, juiste, geschikte);
  • Vermijd vage termen zoals ‘weten’, ‘begrijpen’, ‘leren’, bekend zijn met’, en ‘zich bewust zijn van’. Dit soort termen verwijzen meer naar de leeronderwerpen dan naar de leeruitkomsten;
  • Vermijd complexe zinnen. Gebruik als het nodig is meer zinnen om het helder te houden;
  • Kies een specificatieniveau dat onderwijs- en examenconstructeurs wel duidelijk stuurt, maar niet zo specifiek is dat de flexibiliteit van het onderwijs wordt aangetast;
  • Duid in een leeruitkomst slechts één beheersingsniveau aan en geef altijd het hoogste beheersingsniveau weer;
  • Beschrijf de leeruitkomsten in een doordachte volgorde, maar vermijd verwijzingen naar andere leeruitkomsten. Met andere woorden; zorg dat elke leeruitkomst op zichzelf staat, maar dat de volgorde van opsomming logisch en duidelijk is.
  • Als je leeruitkomsten beschrijft, houd dan de periode/tijdlijn in gedachten waarbinnen het resultaat wordt geacht gehaald te worden. Er is altijd gevaar van overdrijving. Vraag jezelf dus altijd af of het realistisch is dat de leeruitkomst binnen de beschikbare tijd en middelen kan worden gehaald;
  • Houd in gedachten hoe vastgesteld gaat worden of de leeruitkomsten ook daadwerkelijk gehaald worden. Te breed kan betekenen dat het moeilijk wordt de uitkomst te beproeven. Te smal kan betekenen dat de lijst met leerresultaten te lang en te gedetailleerd wordt.
  • Check of de beschreven leeruitkomsten herkenbaar zijn (bijvoorbeeld bij collega’s, oud-studenten, werkveld).

Kwaliteitseisen (NAVO 2015)

Wat maakt leeruitkomsten goed? Leeruitkomsten moeten volgens de NVAO (2015) voldoen aan de volgende kwaliteitseisen:
Kwaliteitseisen (NVAO 2015)
  • Leerwegonafhankelijk: ze stellen studenten in staat een eigen leerweg te bepalen;
  • Representatief voor de leerresultaten van de opleiding;
  • Herkenbaar voor het werkveld;
  • Specifiek en meetbaar: ze bieden een eenduidig beoordelingskader bij leerwegonafhankelijke toetsing;
  • Transparant: de relatie tussen leerresultaten, eenheden van leeruitkomsten, leeractiviteiten en toetsing is duidelijk;
  • Samenhangend: ze vormen een samenhangende eenheid en zijn te onderscheiden van andere (eenheden van) leeruitkomsten;
  • Duurzaam: ze zijn op zo’n manier geformuleerd dat ze een aantal jaren gehanteerd kunnen worden.

Door de site te blijven gebruiken, stemt u in met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "cookies toestaan" om u de best mogelijke browse-ervaring te geven. Als u deze website blijft gebruiken zonder uw cookie-instellingen te wijzigen of als u hieronder op "Accepteren" klikt, stemt u hiermee in.

Sluiten