Motivatie

Leuk, al die onderwijsontwikkelingen, maar…hoe verhogen we nu de motivatie bij studenten? En niet nu 1 tip geven, want die werkt toch niet. 

Helaas is hier geen pasklaar antwoord op. Je kunt het eigenlijk zien als het bakken van een taart.

Met alleen suiker, of alleen een ei, kom je niet tot een lekkere taart. Het is juist de combinatie van verschillende ingrediënten, die de taart maken. En, het blijft altijd persoonsafhankelijk, voor de een moet er juist meer suiker in, voor de ander liever minder. Voor de een liever geen chocola, terwijl voor de ander chocolade een must is.

Graag deel ik met jullie enkele recepten, waarmee je zelf kunt gaan experimenteren.

Principes die motivatie bevorderen

Principes die motivatie bevorderen zijn:

  1. Autonomie hebben: ik volg de les omdat ik graag wil leren en ik ook mijn eigen ambities kwijt kan;
  2. Je competent/ bekwaam voelen: het lesmateriaal sluit aan bij mijn voorkennis, ik heb het idee dat ik de onderwijseenheid succesvol kan afronden, de leeromgeving biedt mij voldoende houvast;
  3. Verbondenheid: leren blijft ook online een sociale bezigheid, daarom is het heel belangrijk om studenten met elkaar in verbinding te brengen;
  4. Relevantie: om studenten aan te zetten tot leren is het essentieel dat ze weten waarom ze moeten leren.

Gebruik deze principes in samenhang, het werkt niet om in te spelen op een van deze principes.

Invloed van de (inrichting) van het onderwijs op motivatie

Wanneer het jou als docent lukt om het onderwijs zo in te richten dat iedere student zich autonoom, competent en verbonden voelt, en de relevantie voelt en erkent, zul je merken dat de motivatie van de studenten toeneemt.

Hieronder is per element uitgewerkt, wat je concreet terug kunt zien in de praktijk.

Deze voorbeelden zijn gebaseerd op uitwerkingen van Deci & Ryan (2000), Wilfred Rubens, Pink en Prof Dr Robert-Jan Simons

Voorbeelden in de praktijk

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Voorbeelden in de praktijk: Relevantie - ik weet waar ik dit voor doe!

  • Het onderwijs bestaat uit het werken aan Integrale beroepsopdrachten en thema’s. Bij voorkeur authentiek (oftewel: echt uit de praktijk)
    Studenten zien direct waarvoor ze kennis en vaardigheden nodig hebben, Er is een directe waarde voor en koppeling met de praktijk. Leren en het beroep zijn verbonden.
    Bijvoorbeeld: De student werkt voor een (fictieve) opdrachtgever, alle leeractiviteiten zijn erop gericht dat de student de opdracht voor de werkgever met een goed resultaat kan afronden.
  • Het onderwijs vindt ook plaats in de werkomgeving. 
    Studenten zien zo directe link met wat ze later gaan doen.
    Bijvoorbeeld: De aftrap van een project vindt plaats op de locatie waar de studenten iets voor moeten ontwerpen.
    Of: De studenten hebben direct contact met de opdrachtgever voor het maken van een analyse.
  • Bij iedere leeractiviteit (opdracht, huiswerk, les, ….) is duidelijk wat dit te maken heeft met de toets en met de beoogde leeruitkomsten
    Iedere opdracht doet er toe: deze is nodig voor zowel de toetsing als het werk in het werkveld (later).
    Bijv.: De kennis uit een kennisclip is nodig om de juiste keuzes te maken in het ontwerp, of advies, of plan. De uitleg tijdens de les draagt direct bij aan het opstellen van een onderdeel van het beroepsproduct.
    Focus op het Waarom: waarom is deze stof belangrijk?
  • Bij iedere leeractiviteit komt men snel tot de essentie
    Bijv. : Een synchroon fysiek samenzijn bevat een korte instructie en vervolgens snel aan het werk in de praktijk. Of aan het werk met voorbeelden, uitwerkingen, oefeningen.
  • Zoomlensmetafoor: zoom in en kijk telkens ook naar het grotere geheel
    Iedere activiteit en ieder vak zijn onderdeel van het uiteindelijke doel: de startbekwame professional op de arbeidsmarkt. Dat houdt in dat bij alles wat er tijdens het onderwijs gebeurt, zichtbaar moet zijn wat dit onderdeel in het grote geheel betekent.
    Bijv. : De les start met een beroepstaak van de startende professional, er wordt uitgelegd aan welk deel van de kennis en vaardigheden gewerkt gaat worden om uiteindelijk daar te komen.
    Of: Wanneer een bepaalde vaardigheid (bijv wiskundige berekening) wordt geoefend, wordt vervolgens nog even uitgezoomd: waar heb je dit voor nodig? Hoe past dit in de eindopdracht en in het werkveld?
  • Maak leren aantrekkelijk
    Zorg voor presentaties van MAXIMAAL 15 minuten. Werk veel met pauzes. Zorg dat men ook schermloos werkt.
    Maak studenten nieuwsgierig. Stel vragen. Stimuleer zelf vragen te stellen. Vertel niet alles.

Voorbeelden in de praktijk: Autonomie - Ik wil leren

  • Bied keuzes aan
    Denk hierbij aan keuze in:
    – vakken
    – soort opdracht (maak een ontwerp of een uitvoering; kies voor opdrachtgever A of B of C; kies voor casus X Y of Z)
    – onderzoeksvraag
    – werkvormen (kijk een kennisclip of lees de literatuur; werk samen of alleen;…..)
    – regelruimte: tempo, tijdstip en plaats (doe online mee of fysiek; kijk de les terug of volg deze direct; werk alvast vooruit of vertraag, kijk alvast vooruit of kijk terug; lees of luister)
    – aard van toetsing
  • Laat eigen interesses, ervaringen, expertise, achtergrond inbrengen
  • Zorg dat colleges nutteloos zijn wanneer er geen voorbereiding is getroffen

Voorbeelden in de praktijk: Competentie - Ik kan het!

  • Bied structuur
    • een student ten alle tijden makkelijk en snel alles terug kan vinden
    • zodat de student zelfstandig door de opdrachten heen kan
      Bijvoorbeeld: De leeromgeving is helder, duidelijk, en bevat herkenbare (terugkerende) kopjes op vaste plaatsen. Of: in de leeromgeving kun je direct doorlinken naar de betreffende pagina waar naar verwezen wordt (De student hoeft niet te zoeken)
    • vaste vragen momenten
  • Verwachtingen zijn helder en expliciet
    Bijv. Leerdoelen, leeruitkomsten, rubrics, beschrijvingen van de toetsopdracht zijn helder, expliciet, er is geen ruimte tot vragen
    Bijv. Docenten gebruiken dezelfde uitleg en eisen voor de toetsing en beoordeling
    Bijv. Er is een inhoudsopgave bij de toetsopdracht
  • Sluit aan bij voorkennis
    Indien dit niet kan: herontwerp het onderwijs of zorg voor meer voorkennis bij de student (bijles, formatieve instaptoets, materiaal van voorgaande lessen makkelijk inzichtelijk, etc.)
  • Theorie komt na de ervaring van de student en de toepassingen
    Laat studenten veel vragen stellen, eigen ervaringen inbrengen. Begin niet zomaar met theorie.
  • Formatieve toetsing en feedback
    • stimuleer het zelfvertrouwen
      • zorg voor succeservaringen
      • benoem wat goed gaat
    • gebruik assessment as learning (dus niet voor beoordeling, maar het leren inzichtelijk te maken)
    • geef vooral feedforward (waar sta je nu en wat is nodig voor een volgende stap)
  • Aandacht voor werkafspraken en etiquette
    Bijv. Iedere module (en iedere les) begint met korte afspraken: hoe gaan we met elkaar om? hoe wordt er gecommuniceerd? welke werkafspraken zijn belangrijk?
  • Leren studeren
    Studenten kunnen niet zomaar studeren, zowel de community coach / studiebegeleider als iedere docent heeft hier een belangrijke taak. Bijvoorbeeld het artikel van Nudges.

Voorbeelden in de praktijk: Verbondenheid - Ik hoor erbij!

  • Letterlijke verbondenheid
    • Iedere student heeft voldoende ICT mogelijkheiden én kennis om deel te nemen aan blended onderwijs
    • Iedere student is in staat om al dan niet online deel te nemen aan de synchrone activiteiten
  • Het gevoel van verbondenheid bevorderen door verschillende leeractiviteiten/werkvormen
    • Veel interactie: polls, beurten geven, vragen stellen, chatrooms, breakoutrooms, in kleine groepen werken
    • Ook op het persoonlijke vlak interactie (heb aandacht voor waar de student mee bezig is en hoe deze zich voelt)
    • Activerende werkvormen
    • Doe eens gek: vertel persoonlijke verhalen, ervaringen, gebruik humor, fantasie, creativiteit
  • Het gevoel van verbondenheid door kennismaking en verbondenheid als doel en onderdeel van je les
    • Start een module met een kennismakingsactiviteit
    • Maak regelmatig gebruik van korte interviews
    • Laat kennismaking en samenwerking expliciet onderdeel zijn van groepswerk
    • leer studenten werken met rollen (tijd bewaken, sfeer aangeven, resultaat bewaken, voorzitter, etc.)
    • Maak gebruik van wisselende groepsamenstellingen en geef hier wederom tijd voor kennismaking
  • Wees een gastheer/gastvrouw:
    • heet studenten welkom
    • faciliteer verbondenheid
    • ken de student

Kijk voor meer tips bij het artikel “Binding“.

Invloed van de docent op student motivatie

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Invloed van de docent op student motivatie: "Studenten zijn gewoon lui"

Studenten zijn ook maar mensen! Iedereen is soms een beetje lui en ongemotiveerd om dingen te doen. En soms hebben studenten gewoon de juiste kick op het juiste moment nodig. Vergelijk het maar eens met een zaadje: op het juiste moment, in de juiste omgevingsomstandigheden beginnen ze te groeien en bloeien. Studenten hebben de juiste omgeving en het juiste duwtje nodig om te bloeien. Extrinsieke motivatie (zoals een goed cijfer halen) is niet perse verkeerd. Toch zou je als docent willen dat studenten intrinsiek gemotiveerd zijn om te leren en te slagen in het vak. Studies hebben aangetoond dat motivatie niet alleen iets van de student is, maar sterk wordt beïnvloed door het sociale klimaat van de klas en de relatie met de leraar. De volgende 8 docentgedragingen zijn gecategoriseerd als autonomie-ondersteunend en motiverend:

  1. Luisteren naar studenten
  2. Tijd vrijmaken voor zelfstandig werk
  3. Studenten aan het woord laten
  4. Erkennen van verbetering en deskundigheid
  5. Aanmoedigen en waarderen van inspanning
  6. Aanbieden van voortgangsbevorderende feedback/hints wanneer studenten vast lijken te zitten
  7. Reageren op opmerkingen en vragen
  8. Erkennen van de perspectieven van studenten
  9. Bieden van een duidelijke structuur (in tegenstelling tot tegenpolen van te veel controle en chaos)

Meer lezen over motivatie - de theorie

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Het belang van intrinsieke motivatie - de theorie

Intrinsiek: de motivatie komt van binnenuit, de student is zelf geïnteresseerd in het vak of onderwerp. Deze motivatie is het meest belangrijk voor dieper leren. Deze motivatie is er als, de student besef heeft van de urgentie, het leren betekenisvol is, aansluit bij de behoeften en situatie van de student en het leren relevant is voor de ontwikkeling. Want wees nu eerlijk, hoe gemotiveerd ben jij tijdens een workshop over kennistoetsen, terwijl in jouw vak geen enkele kennistoets voorkomt?

Belangrijke aandachtspunten, zelfs uitgangspunten, om intrinsieke motivatie te bereiken zijn de drie basisbehoeften van ieder persoon: autonomie, relatie/verbinding en gevoel van competentie (Deci & Ryan, 2000 ).  Als je voldoet aan deze drie basisbehoeften en combineert met activerend onderwijs, is dat de sleutel tot succes!

Autonomie:
Geef studenten invloed op wat ze doen, laat hen meebeslissen in wat en hoe ze leren. Geef keuzevrijheden (bijv. in het thema, de onderzoeksvraag, maar ook in de vorm van een opdracht). En begeleid ze hierin, naar gelang de behoefte. Blended werkvormen bieden de studenten veel extra kansen, omdat zij hiermee zelf het tempo, het tijdstip en de plaats kunnen bepalen. Daarnaast kunnen zij bijvoorbeeld eventuele kennisclips of andere digitale materialen gebruiken om terug te kijken, te herhalen of vooruit te werken.

Relatie/verbinding:
Vanuit een goede relatie met docenten en medestudenten, ontstaan er kansen. Omdat studenten zich meer op hun gemak voelen en meer betrokken zijn. Daarnaast is de relatie met het onderwerp/de inhoud essentieel, ook dat verhoogt betrokkenheid.

Competentie: Geef de studenten het gevoel dat ze weten wat ze moeten doen (duidelijkheid) en het vertrouwen dat ze hiertoe in staat zijn. Geef constructieve feedback, stel heldere doelen, maak inzichtelijk welke stappen studenten doorlopen om de doelen te bereiken.

Dit aangevuld met activerende werkvormen die de basisbehoeften aanspreken, zorgen voor hogere intrinsieke motivatie. Studenten worden zo dichter betrokken bij het onderwijs, er is meer interactie (relatie/verbinding), studenten kunnen vaker kiezen waaraan of hoe ze werken (autonomie) en kunnen door activerend te werken hun eigen competentie ervaren. Een win-win situatie voor iedereen.

Het belang van extrinisieke motivatie - de theorie

Extrinsieke motivatie:

Aanvullend op (en nooit los van) bovenstaande, kan motivatie komen door te werken met en te focussen op deadlines, studiepunten en studieadvies. Dit is een noodmaatregel om studenten aan het werk te krijgen die echt niet intrinsiek te motiveren zijn. Je kunt hierbij denken aan beloningen, studiepunten, cijfers, maar ook bijvoorbeeld aan verplichte aanwezigheid.

Door de site te blijven gebruiken, stemt u in met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "cookies toestaan" om u de best mogelijke browse-ervaring te geven. Als u deze website blijft gebruiken zonder uw cookie-instellingen te wijzigen of als u hieronder op "Accepteren" klikt, stemt u hiermee in.

Sluiten