Asynchroon of synchroon onderwijs

Op deze pagina vind je informatie die je kan helpen bij het maken van keuzes in:

Welk onderwijs verzorg je synchroon fysiek?
Wat kan synchroon online?
En wat leent zich juist extra goed voor a-synchroon onderwijs?

1. Wat is synchroon onderwijs? En wat is a-synchroon onderwijs?

Barend legt uit: Synchroon en Asynchroon leren (3:17)

De verschillen op een rijtje

Fysiek onderwijsOnline onderwijs
Synchroon onderwijsDe student(en) en docent(en) zijn op hetzelfde moment in dezelfde ruimte bezig met de leeractiviteiten. Bijvoorbeeld: werkcollege, practicum, discussie.De student(en) en docent(en) zijn op hetzelfde moment via een online verbinding bezig met de leeractiviteiten. Bijvoorbeeld: online werkcollege, online begeleidingsuur.
A-synchroon onderwijsDe student(en) zijn op een zelfgekozen moment, zonder docent, op de campus bezig met leeractiviteiten. Bijvoorbeeld: zelfstandig (of als groep) in een lab aan de slag.De student(en) zijn op een zelfgekozen moment op een zelfgekozen plaats met leeractiviteiten bezig die zonder docent kunnen plaatsvinden. Bijvoorbeeld: het kijken van kennisclips, interactieve documenten, quizzes.

2. Veelgestelde vragen

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Hoe gaan we om met de kritiek van studenten en docenten, dat ze terug willen naar de hoorcolleges en door de docent aan de hand genomen willen worden?

Sommige docenten gebruiken goede slagingspercentages en studentevaluaties als argument om niets te hoeven veranderen of weer terug te keren naar het oude normaal. Maar, ons onderwijs is dynamisch, de wereld om ons heen verandert continu en het onderwijs zal zich daar aan moeten aanpassen. Daarnaast zeggen slagingspercentages en studentevaluaties niet altijd alles over kwaliteit van het onderwijs en of studenten daadwerkelijk iets hebben geleerd.

Sterker nog, uit onderzoek van Deslauriers en collega’s (2019) blijkt bijvoorbeeld dat wanneer studenten actiever aan het werk worden gezet tijdens een cursus, ze hun leerervaring juist negatiever beoordelen. Dit terwijl de toetsresultaten juist hogere leereffecten laten zien.

Onderwijskennis | Blended learning en onderwijsontwerp

Deslauriers, L., McCarty, L. S., Miller, K., Callaghan, K., & Kestin, G. (2019). Measuring actual learning versus feeling of learning in response to being actively engaged in the classroom. Proceedings of the National Academy of Sciences, 116(39), 19251-19257.
Bekijk de volledige bron

Lees ook eens dit artikel: Didactief | Flippen is niet altijd leuker (didactiefonline.nl)

Als we nog maar 4 uur fysieke onderwijstijd hebben, betekent dit dan dat we ook maar 4 uur docentcontact met de student hebben?

Wanneer je onderwijs ontwerpt vanuit een doordachte blended mix, verdwijnt er niet zomaar contacttijd, maar wordt de contacttijd anders ingericht. Het kan dus zijn dat niet al het onderwijs op de campus plaatsvindt, maar ook een deel synchroon met de docent online. Het is de kunst om te zoeken naar waar is daadwerkelijk face to face, synchroon onderwijs nodig? En waar volstaat online contact of asynchroon onderwijs? Of is dat juist zelfs een meerwaarde?

3. Hoe kies je nu tussen asynchroon, synchroon, online en/of fysiek?

Hier zijn verschillende vragen, tools en voorbeelden voor die je kunt gebruiken.

4. De ontwerpcriteria Blended Learning

Klik op “+” om de blokken te lezen.

De ontwerpcriteria Blended Learning

  1. Waar wil je online leren inzetten (school – elders)?
  2. In welke mate wordt ICT gebruikt voor leren (30-80%)?
  3. Hoeveel zelfsturing wil en kun je lerenden geven over hun eigen leren?
  4. Wil je vooral individueel leren of ook samenwerkend leren (gezamenlijke doelen, wederzijdse afhankelijkheid) mogelijk maken?
  5. Wil je ICT ook gebruiken voor begeleiding of liever niet?
  6. Voor welk type leeractiviteiten wil je ICT gebruiken?
  7. Wil je synchroon of asynchroon online leren toepassen?
  8. Welke leertechnologieën wil je inzetten?
  9. Wil je werkplek leren geïntegreerd of separaat aan bod laten komen binnen je model voor blended learning?

Op deze pagina zijn de ontwerpcriteria verder uitgewerkt.

5. De verschillen op een rij

6. Werk het uit in een blended wave

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Werk het uit in een blended wave

Zorg voor duidelijkheid in de verdeling van synchroon en asynchroon onderwijs. Voor jezelf en voor de student. Hoe hangt alles samen, wat is de gewenste volgorde? Een mogelijkheid hiervoor is bovenstaande wave.

7. Voorbeelden van meer blended onderwijs

Klik op “+” om de blokken te lezen.

Practicum

Groep A, B, C en D hebben een practicumles van 3 uur. Het practicum, het lokaal en de docent worden dus 4x 3 uur (=12 uur docenttijd en lokaaltijd) ingeroosterd.

In de praktijk blijkt dat bij iedere groep de docent in het lokaal begint met een instructie vanuit de theorie, een uitleg van de werkwijze, een uitleg van het gebruik van de ruimte en de materialen, en dat de studenten ongeveer een uur aan het luisteren zijn, zonder daadwerkelijk iets te doen met de fysieke ruimte. Daarna gaan de studenten actief aan de slag, onder begeleiding van de docent, met de materialen.

Zou je in dit geval ervoor kiezen om de studenten vooraf zelfstandig een demonstratie te laten kijken, stukjes te lezen, zich voor te bereiden, zouden ze in het fysieke practicum lokaal met de docent nog maar 5 minuten uitleg nodig hebben, en vervolgens in de praktijk aan de slag.

De winst die je hier haalt is: 4x 1 uur docentinzet en 4×1 uur ingeroosterd lokaal.

En stel dat de studenten wel echt synchroon uitleg nodig hebben, maar niet in de fysieke practicum ruimte, zou je de instructie online synchroon kunnen doen. De docent heb je dan wel nodig, de ruimte niet. En, de docent zou het ook aan 4 groepen tegelijkertijd kunnen doen?

De winst die je hier haalt is: 3x 1 uur docentinzet en 4×1 uur ingeroosterd lokaal.

Begeleiding werken aan de integrale beroepsopdracht

Een docent is 2 uur beschikbaar in een lokaal, om vragen van studenten te beantwoorden over hun beroepsproduct. Het grootste gedeelte van de tijd werken de studenten zelfstandig, een heel enkele keer wordt een vraag gesteld.

Ingeroosterd: 2 uur docent, 2 uur fysieke ruimte. (daadwerkelijk studentcontact, misschien maar 30 minuten?)

Een andere docent heeft met de studenten afgesproken deze tijd zelfstandig te laten werken, maar is wel online beschikbaar, voor een vraag. De rest van de tijd is deze docent bezig met het geven van feedback of het beoordelen van bijv. de beroepsproducten van deze groep (of andere groepen). Er is op deze manier misschien maar een half uur contacttijd, waardoor op een ander moment die 1.5 uur contacttijd nog ingezet kan worden.

Ingeroosterd: 2 uur docent (waarvan geen 2 uur daadwerkelijk nodig), 0 uur fysieke ruimte, en het daadwerkelijke synchrone studentcontact ook 30 minuten.

Een werkcollege met als doel: het (begeleid) toepassen en verwerken van kennis en theorie

In de traditionele onderwijssetting bestudeert de student thuis enkele pagina’s literatuur, start de docent met het geven van een college bestaande uit herhaling van de gelezen literatuur, toegevoegde theorie, vaak met Powerpoints en veel uitleg. Studenten luisteren veel en zijn soms actief bezig met de stof. Na 1,5 – 2 uur gaat de groep in groepjes uiteen om de komende 2 uur aan de opdracht te werken. De docent begeleid.

Ingeroosterd:  4 uur docent, 4 uur fysieke ruimte.

In een blended onderwijssetting start het onderwijs thuis. Dit noem je Flipping the classroom. Op deze manier werkt de student thuis aan stof waarbij deze kennis opdoet, wat ook zonder docent zou kunnen. Uiteraard ondersteunt de technologie en de digitale didactiek de student in het leerproces. Wanneer de student op de campus komt, herhaalt deze met de docent samen kort (aspecten van de) stof, en maakt deze vervolgens in een interactie met de docent en medestudenten een verdiepingsslag.

Ingeroosterd: 2 uur docent, 2 uur fysieke ruimte.

Flipping the classroom: Flipping the classroom | Onderwijslab faculteit Maatschappij en Recht (hva.nl)

Flipped the classroom

    1. Instructie in eigen tijd/tempo bijv. Door het kijken van een onlinevideo of kennisclip;
    2. Daarna volgt een opdracht, formatieve evaluatie of quiz;
    3. In de bijeenkomst komt de docent nog terug op aspecten uit de opdracht, quiz of formatieve evaluatie en maakt vervolgens een in interactie met de studenten een verdiepingsslag op de leerstof.

Op de campus en in de stad

Wanneer ieder vak bestaat uit een moment van fysiek samen zijn buiten de campus (excursie, stadswandeling, bezoek aan een organisatie of bouwplaats, etc.), en dit roulerend plaatsvindt, houd je ook iedere week fysieke ruimte over.

Door de site te blijven gebruiken, stemt u in met het gebruik van cookies. Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op "cookies toestaan" om u de best mogelijke browse-ervaring te geven. Als u deze website blijft gebruiken zonder uw cookie-instellingen te wijzigen of als u hieronder op "Accepteren" klikt, stemt u hiermee in.

Sluiten